
In België vertegenwoordigt de Fietsersbond de Nederlandstalige fietsers, en Avello de Franstalige. Beide organisaties werken onafhankelijk, maar delen hetzelfde doel: de fiets vanzelfsprekend maken voor iedereen. Dat doen ze door drempels in kaart te brengen en samen te pleiten voor oplossingen die alle fietsers ten goede komen — zoals in het gemeenschappelijke memorandum.
Het DNA van beide organisaties is hetzelfde. Fietsersbond en Avello ontstonden respectievelijk 30 en 50 jaar gelden vanuit geëngageerde burgers die opkwamen voor een echt fietsbeleid. Fietsersbond is Vlaanderen, Avello is Wallonië, in Brussel doen we het samen, daar zijn lokale afdelingen gemengd of werken ze op z’n minst nauw met elkaar samen.
Omdat ze hetzelfde nastreven, staken beide organisaties de taalgrens over. In september en oktober vonden drie uitwisselingen plaats: in Gent, Luik en Mechelen. Iedere dag bestond uit een fietstocht, een gemeenschappelijke maaltijd en uitwisselingen —in het Frans én Nederlands, . Hieronder een kleine terugblik.
De rauwe energie van Luik
Er rijden misschien meer fietsers in Vlaanderen dan in Wallonië, maar dat betekent niet dat we niets van elkaar kunnen leren. Integendeel — een frisse blik doet soms wonderen. Dat bleek tijdens ons bezoek aan Luik, waar we de passie en energie van de lokale vrijwilligers aan den lijve ondervonden.
Energie en passie ondervonden we aan de lijve in Luik. De geëngageerde vrijwilligers van de lokale Luikse afdeling zetten de fiets op de agenda: gedegen dossierkennis, nauwe contacten met verschillende stakeholders, dataverzameling, acties en mobilisatie via critical en kidical mass. Ze hebben impact, juist in een stad waar het hopeloos leek. Luik werd in de jaren ‘60 gemassacreerd door autosnelwegen, littekens die dwars door wijken snijden.
Vandaag is de stad volop in verandering. Nieuwe publieke ruimte wordt heringericht, in het bijzonder dankzij de komst van de tram. De resultaten zijn wisselend — sommige trajecten zijn comfortabel en veilig, andere zijn het resultaat van vele compromissen. Luik staat onder curatele, en is voor grote projecten afhankelijk van het Waalse Gewest.
Het aantal fietsers is duidelijk gestegen, de coronaperiode heeft het proces versneld. Op verschillende plekken is er nu eindelijk ruimte voor de fietsers, zeker langs de kanalen en de Maas. Daar is het zalig fietsen. Uitdaging is dan weer om het water over te steken, dat kan enkel over enkele bruggen met een houten ondergrond. Veel succes dus als het glad is. Op andere fietsroutes is het nog echt ‘vechten’ voor een plek, gedeelde zones tussen fietsers en voetgangers, automobilisten die gemarkeerde fietspaden gebruiken als parkeerstroken.
Al konden we niet anders als Luik verlaten met een positief gevoel. Deze stad heeft enorm veel potentieel. Al had de Waalse gastvrijheid misschien ook een impact op dat gevoel. Wat een warme ontvangst, we werden overladen met lekkers.
Foto’s copyright Fietsersbond en Avello
Gent en Mechelen door een Franstalige bril
De leden van Avello waren onder de indruk van de transformaties die Gent en Mechelen tot echte fietssteden hadden doorgemaakt. En eerlijk toegegeven, dat zijn we zelf ook. Gentenaars mogen terecht trots zijn op de eerste fietsstraat van het land, de vele fiets- en wandelbruggen die verbindingen maken en het circulatieplan dat ervoor zorgt dat er gewoon minder auto’s zijn en dus veel meer plek voor leven. Mechelenaars mogen dan weer trots zijn op de transformatie van de stationsomgeving en de Vesten. Door het doorgaand autoverkeer te beperken tot één richting ontstond er veilige ruimte voor de fiets.
De leden van Avello waren in de stad van de Maneblussers vooral ook onder de indruk van het Mechelse fietsexamen. Het fietsexamen voor het 6de leerjaar vindt plaats in het echte verkeer en is ondersteund door de Stad en politiezone. Het bestaat uit een parcours dat netjes is bewegwijzerd.
Toch zagen Franstalige deelnemers dat Vlaanderen ook zijn uitdagingen kent. In Mechelen wisselden we uit over de zin en onzin van fietszones. Mechelen is dan wel de titel van grootste fietszone van het land kwijt aan Brugge, ook hier is het volledige centrum fietszone. — fietsers mogen de hele rijstrook gebruiken, gemotoriseerd verkeer mag niet inhalen en de snelheid is beperkt tot 30 km/u. Een goed idee op het eerste zicht, maar een fietszone mag is een middel en mag geen doel op zich worden. Samenhang met fietsroutes, duidelijk wegindeling, inrichting en signalisatie zijn essentieel.
In Gent focuste het gesprek zich op de grote drukte op de fietsroutes. Hoe gaan we om met de toename van fietsers en snelheden op onze fietsroutes? Het is een belangrijk thema binnen de Fietsersbond en we waren dus benieuwd naar de mening van onze Franstalige tegenhanger. We kwamen uit op volgende werkpunten
- Rechtvaardige verdeling van de openbare ruimte
- Kennis van de wegcode
- Leesbaarheid van de weginrichting en herkenbaarheid
- Nood aan empathie, verschillende weggebruikers moeten elkaar beter (proberen te) begrijpen.
Foto’s door Yves De Bruyckere, Hélène Van Ngoc en Oscar Curtil
Verschillende contexten, gelijke aanpak
Hoewel Vlaanderen, Wallonië en Brussel verschillen in politiek, economie en geografie, bleek tijdens de ontmoetingen dat we meer gemeen hebben dan we denken.
Fietsersbond en Avello streven allebei naar een constructieve relatie met de overheid — kritisch als het moet, maar altijd als partner. Tegelijk worstelen beide organisaties intern met dezelfde vragen:
Hoe bereiken we meer leden? Hoe betrekken we jongeren, vrouwen en diverse bevolkingsgroepen?
De ontmoetingen hebben alvast één ding bewezen: de kracht van samenwerking, over grenzen heen, blijft de sterkste motor voor verandering.
De uitwisselingen werden mogelijk gemaakt dankzij het Prins Filip Fonds

