
Kinderen horen thuis in het straatbeeld
Fietsen is niet alleen iets voor woonwerkverkeer. Voor kinderen en jongeren is de fiets dé manier om zich vrij te bewegen: naar school, naar vrienden, naar voetbal, naar de bibliotheek. Autonoom kunnen bewegen is cruciaal voor hun ontwikkeling. Ze leren zelf hun weg vinden, risico’s inschatten, met andere weggebruikers omgaan. Het geeft zelfvertrouwen om alleen op pad te mogen én kunnen gaan.
Toch wordt nog steeds ongeveer een kwart van de scholieren met de auto naar school gebracht, zelfs voor korte afstanden. Waarom? Vaak omdat ouders de omgeving te onveilig vinden. Te druk verkeer, geen goede oversteekplaatsen, geen comfortabele fietspaden. De openbare ruimte is simpelweg niet ingericht voor kinderen.
Maar hoeveel kinderen fietsen er eigenlijk? Waar? En hoe? Die kennis ontbreektgrotendeels. En dat willen we veranderen.

De allereerste kinderfietstelling
Eind mei 2026 organiseerden de Fietsersbond, Mobiel 21 en de Leerstoel Fiets van de UGent de allereerste Vlaamse kinderfietstelling. Van 26 tot en met 29 mei 2026 telden vrijwilligers tijdens de ochtendspits, tussen 7.30 en 8.30 uur, wie er voorbij fietste. Hoeveel kinderen fietsen er mee als passagier? Hoeveel fietsen er zelfstandig?
Op 3 juni wereldfietsdag publiceerden we de eerste resultaten. Ontdek er hier alles over. Hieronder lichten we alvast een tipje van de sluier op:
Op de getelde locaties bestond de ochtendspits voor 46% uit zelfstandig fietsende kinderen en jongeren, voor 48% uit volwassenen en voor 6% uit kinderen die werden meegevoerd op de fiets van een volwassene. Kinderen en jongeren zijn dus geen randverschijnsel in het fietsverkeer, ze maken er bijna de helft van uit.
Wie niet zelfstandig fietst, gaat meestal mee in een bakfiets (43%), op een longtail (25%) of in een fietsstoeltje (22%). De klassieke fietskar is met 7% eerder uitzondering geworden.
Later, tijdens de Week van de Mobiliteit in september, volgen diepgaandere beleidsaanbevelingen. Want het aandeel kinderen dat zelfstandig of als passagier fietst, zegt alles over hoe toegankelijk en kindvriendelijk ons mobiliteitsbeleid echt is.
Dit project past in het kader van de Coalitie Kindnorm, waar de Fietsersbond actief aan meewerkt. De kern van die coalitie? Elk kind heeft recht op een kindvriendelijke, gezonde en veilige omgeving waarin het zich actief en zelfstandig kan bewegen.
Hoe gingen we te werk?
Het opzet is eenvoudig. Lokale afdelingen van de Fietsersbond kozen een tellocatie, bij voorkeur een aanrijroute naar een school. In de periode tussen 25 en 29 mei, op een dag naar keuze, tijdens de ochtendspits, stonden er tellers (minimaal 2, idealiter 3) per rijrichting. Ze turvden tussen 07:30 en 08:30. Kort, krachtig, gebruiksvriendelijk.
Vrijwilligers kregen:
- duidelijke telinstructies
- een handige A4 met visuele kenmerken om kinderen en jongeren te herkennen
- instructiefilmpjes
- een online formulier om de cijfers in te voeren
De motivatie? Cijfers geven kracht. Objectieve data schudden beleidsmakers wakker schudden. Vrijwilligers zagen tijdens de telling de stad ontwaken, raakten onder de indruk van hoeveel kinderen er al voor de fiets kiezen.
Uitsmijter
Zeventig kinderen per minuut op de fiets.
Een ochtend in mei 2017 in de Gentse ochtendspits. Vrijwilligers van de Fietsersbond staan langs een drukke fietsroute met tellijsten in de hand. Ze turven. En turven. En blijven turven. De teller draait door: 70 kinderen per minuut. 4.200 kinderen in één uur. Een indrukwekkende stroom van zelfstandig fietsende scholieren, peuters in bakfietsen, kleuters op stoeltjes. Dat was de kinderfietstelling in Gent, toen opgezet om de nood aan een nieuwe fietsbrug objectief vast te stellen.
De cijfers spraken boekdelen. Ledeberg werd sindsdien beter bereikbaar voor kinderen op de fiets. Er werd geïnvesteerd in fietsinfrastructuur.
Die verandering willen we teweegbrengen over heel Vlaanderen en Brussel. Want kinderen op de fiets? Die horen thuis in het straatbeeld.