Op vier ochtenden eind mei telden vrijwilligers van de Fietsersbond ruim 12.000 fietsers op 21 tel locaties in Vlaanderen en Brussel. De eerste cijfers tonen dat kinderen en jongeren bijna de helft van de ochtendspits uitmaken: 46% fietst zelfstandig naar school. De fiets leeft dus sterk bij de jongste generatie.
Het idee voor de telling gaat terug naar oktober 2016. Toen telden Fietsersbond-vrijwilligers langs drukke fietsroutes in Gent elke 20 seconden een kind op de fiets. Die cijfers hielpen toen om een nieuwe fietsbrug te realiseren. Bijna tien jaar later pakt de Fietsersbond die draad weer op, deze keer over heel Vlaanderen en Brussel.
Van 26 tot en met 29 mei 2026 telden vrijwilligers tijdens de ochtendspits, tussen 7.30 en 8.30 uur, wie er voorbij fietste. Het resultaat: 12.121 getelde fietsers, verspreid over 21 tel locaties. Het is de allereerste Vlaamse kinderfietstelling, een initiatief van de Fietsersbond in samenwerking met Mobiel 21 en de Leerstoel Fiets van de UGent.
Bijna de helft van de fietsers in de ochtendspits is een kind of jongere
Op de getelde locaties bestond de ochtendspits voor 46% uit zelfstandig fietsende kinderen en jongeren, voor 48% uit volwassenen en voor 6% uit kinderen die werden meegevoerd op de fiets van een volwassene. Kinderen en jongeren zijn dus geen randverschijnsel in het fietsverkeer, ze maken er bijna de helft van uit.
Wie niet zelfstandig fietst, gaat meestal mee in een bakfiets (43%), op een longtail (25%) of in een fietsstoeltje (22%). De klassieke fietskar is met 7% eerder uitzondering geworden.
“Bijna de helft van wie er in de ochtendspits voorbijkomt, is een kind of jongere. Dat bewijst hoe sterk de fiets leeft bij de jongste generatie. De vraag is niet of kinderen willen fietsen, maar of we hen een omgeving geven waarin ze dat veilig kunnen.” Wies Callens, beleidsverantwoordelijke en woordvoerder Fietsersbond.
Hoe stedelijker, hoe minder jonge kinderen zelfstandig fietsen
Het verschil tussen stad en platteland springt het meest in het oog. In landelijk gebied bestaat de fietsstroom voor 24% uit kinderen van de lagere school en zelfs voor 8% uit zelfstandig fietsende kleuters. In stedelijk gebied valt het aandeel zelfstandig fietsende kleuters terug tot 2%.
Opvallend, want juist in steden liggen scholen vaak dichtbij. Waarom de jongste kinderen er minder zelfstandig fietsen, zeggen deze cijfers niet. Verschillende verklaringen zijn mogelijk: het kunnen er meer kleuters zijn die worden meegevoerd, bijvoorbeeld op een longtail of bakfiets, maar het kan evengoed met de inrichting van de schoolomgeving te maken hebben. Het vervolgonderzoek moet hier uitsluitsel over geven.
Aandeel in de getelde fietsstroom, per verstedelijkingsgraad
| Landelijk | Randstedelijk | Stedelijk |
Zelfstandig fietsende kleuters | 7,7% | 3,2% | 2,4% |
Kinderen lagere school | 24,1% | 10,2% | 4,7% |
Middelbare scholieren | 28,6% | 30,2% | 35,1% |
Volwassenen | 31,6% | 51,7% | 51,6% |
Meegevoerde kinderen | 8,0% | 4,7% | 6,2% |
Bron: Leerstoel Fiets UGent, Kinderfietstellingen 2026 (N = 12.121). Drie kwart van de tellocaties lag in stedelijk gebied.
Waarom dit telt op Wereldfietsdag
Voor kinderen en jongeren is de fiets dé manier om zich vrij te bewegen: naar school, naar vrienden, naar de sportclub. Zelfstandig op pad kunnen gaan is cruciaal voor hun ontwikkeling, ze leren hun weg vinden, risico’s inschatten en omgaan met andere weggebruikers. Toch wordt nog steeds ongeveer een kwart van de scholieren met de auto naar school gebracht, vaak over korte afstanden, omdat ouders de omgeving te onveilig vinden.
De Fietsersbond pleit daarom voor schoolomgevingen en aanrijroutes die op maat van kinderen zijn ingericht: veilige oversteekplaatsen, comfortabele fietspaden en autoluwe schoolstraten. De kinderfietstelling is hiervoor de eerste objectieve nulmeting. Tijdens de Week van de Mobiliteit in september volgt een uitgebreider rapport op basis van deze tellingen met lokale beleidsaanbevelingen, onder het thema “Goedgekeurd door kinderen”.
Het project kadert in de Coalitie Kindnorm, waar de Fietsersbond actief aan meewerkt: elk kind heeft recht op een gezonde, veilige omgeving waarin het zich zelfstandig kan bewegen.
“Kinderen worden ook blootgesteld aan het mobiliteitssysteem, en de aanwezigheid van kinderen zegt ook iets over de gezondheid ervan. Met deze nulmeting kunnen we nu een eerste vaststelling doen over de aanwezigheid van die kinderen. Zijn het kanaries in de koolmijn of is het een hoopvolle nieuwe fietsgeneratie?” Joyce David, Leerstoel Fiets van de UGent.
In hun eigen woorden
Naast het tellen voerde partner Mobiel 21 klasgesprekken in de Lyceum School in Mechelen, voornamelijk in het tweede en derde leerjaar. Waarom kinderen graag fietsen, zeggen ze zelf het best:
“Ik vind het leuk om met de fiets naar school te komen omdat het sneller is dan met de auto.”
“Ik fiets graag omdat ik dan buiten ben.”
“Ik kom graag met de fiets, want dan kan ik samen met mijn broer naar school komen.”
“Ik heb heel veel moeten zagen om alleen te mogen fietsen.”
Tegelijk botsen sommige kinderen op heel concrete drempels. In het tweede en derde leerjaar gaven verschillende leerlingen aan nog niet (goed genoeg) te kunnen fietsen, of thuis geen passende fiets te hebben:
“Ik kan al een beetje fietsen, maar nog niet goed genoeg om naar school te fietsen. Ik moet eerst nog wat oefenen.”
“Ik heb thuis alleen een fiets die te groot is, van mijn broer, dus ik kan niet met de fiets naar school komen.”
Het zijn drempels die met fietslessen, een veilige route en toegang tot een passende fiets perfect weg te werken zijn.
“We zien nog een heel deel kinderen niet fietsen, omdat er geen fiets is, de fiets stuk is, omdat er thuis geen fietscultuur is. Als we echt die inclusieve fietscultuur willen realiseren, dan hebben we daar ook nog werk voor de boeg. Vanuit Mobiel 21 zetten we daar met ondermeer onze fietsscholen hard op in.”
Sanne Vanderstraeten – Mobiel 21
Lees meer
De factsheet met het eerste cijfermateriaal
VRT NWS – Eerste Vlaamse kinderfietstelling brengt jonge fietsers in kaart: “Nood aan betere infrastructuur”


