Op vrijdag 12 december 2025 keurde de Vlaamse regering het Masterplan Fiets goed. Hier kan je alle officiële communicatie en het volledige plan terugvinden.
Het nieuwe Masterplan Fiets is meer dan een visietekst vanuit één minister of één departement. Het is de eerste keer dat een Vlaams fietsplan niet enkel van de bevoegde minister komt, maar volledig gedragen wordt door de Vlaamse Regering. Dat maakt het plan zwaarder, duurzamer en beleidsmatig relevanter.
Het plan bevestigt bovendien de ambitie om tegen 2040 minstens 30% van de verplaatsingen per fiets af te leggen. Dat cijfer circuleerde al, maar wordt nu voor het eerst regeringsbreed verankerd. Hierdoor krijgen we een stabiel toetsingskader dat legislaturen overstijgt, want het is een plan voor de komende vijftien jaar.
Voor de Fietsersbond betekent dit dat we eindelijk een document hebben waarmee we alle beleidsniveaus op hun verantwoordelijkheid kunnen vastpinnen. Het biedt een basis om jarenlang consequente opvolging te doen en terug te koppelen naar onze leden, vrijwilligers, partners en pers.
Wat sterk is: ambitie, continuïteit en erkenning van de fiets
De ambitie is helder en blijft overeind. Vlaanderen wil zich profileren als toonaangevende fietsregio in Europa, en erkent expliciet dat de sterke groei van het fietsgebruik geen toeval is, maar het gevolg van gerichte investeringen in infrastructuur, netwerken en veiligheid.
Het plan bevestigt:
- een jaarlijkse investering van 300 miljoen euro in fietsinfrastructuur, met daarbovenop een bijkomende ambitie van 15%. Dat zou neerkomen op ongeveer 345 miljoen euro per jaar, al blijft het wachten op concrete begrotingstabellen om te zien hoe en wanneer die extra middelen effectief worden ingezet.
- aandacht voor het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk, het netwerk van de belangrijkste fietsroutes tussen woonkernen. Daaronder vallen de fietssnelwegen en jaagpaden.
- meer focus op beheer en onderhoud, niet alleen op nieuwe aanleg
- een versterkte rol voor lokale besturen in de uitvoering.
Ook positief: het masterplan kijkt verder dan deze legislatuur. Door doelen en principes tot 2040 vast te leggen, ontstaat eindelijk de mogelijkheid om fietsbeleid consequent en meetbaar te maken over meerdere regeringen heen.
Waar blijven we op onze honger zitten?
Het masterplan vertrekt sterk vanuit wat vandaag bestaat: woon-werkverkeer, elektrische fietsen, fietsleasing en recreatief gebruik. Dat is begrijpelijk, maar onvoldoende.
De groepen die vandaag niet of nauwelijks fietsen, nieuwe Vlamingen, mensen zonder toegang tot een fiets, mensen die nooit leerden fietsen of voordien andere mobiliteitskeuzes maakten, blijven onderbelicht. Wanneer ze wel aan bod komen, is dat vaak vanuit een economische invalshoek, gekoppeld aan de arbeidsmarkt.
Die economische invalshoek weegt nog te veel door, ook in hoe we communiceren over waar we als regio nu staan. Ja, we hebben het cijfer van 22% woon-werkverkeer met de fiets. Maar het cijfer kinderen en jongeren die met de fiets naar school gaan ligt nog hoger, dat is 36%. Door verder te kijken dan enkel economische motieven kan je inzetten op stimulansen om om alle korte verplaatsingen meer met de fiets te doen. Want dat zullen we nodig hebben om die 30% te halen.
Maar fietsen is meer dan een instrument richting werk. Het is ook basisbereikbaarheid, zelfstandigheid en participatie. Als Vlaanderen 30% fietsverplaatsingen wil halen, zal het net deze groepen actief moeten meenemen.
We weten ook dat heel veel verplaatsingen die we doen, al dan niet met de fiets, in de vrije tijd te situeren zijn. Ook daar had het Masterplan nog net meer aandacht aan kunnen geven.
Verkeersveiligheid krijgt terecht veel aandacht in het masterplan. Maar de focus ligt sterk op sensibilisering en gedrag: hoffelijkheid, zichtbaarheid, helmgebruik. Er is een beperkte aandacht voor structurele keuzes rond snelheid, conflictvrije inrichting en ruimteverdeling.
Gedrag speelt een rol, maar de grootste veiligheidswinst zit nog altijd in ontwerp en infrastructuur. Denk maar aan lagere snelheid voor gemotoriseerd vervoer, zwaar vervoer weren uit schoolroutes en woonwijken en die maatregelen lezen we niet.
Een opvallende lacune in het masterplan is wat er niet expliciet in staat: maatregelen om het autogebruik structureel te verminderen.
Er wordt sterk ingezet op de fiets, maar nauwelijks op het afbouwen van autoafhankelijkheid. En nochtans zijn die twee onlosmakelijk verbonden. Zolang korte autoritten comfortabel en vanzelfsprekend blijven, botst de groei van het fietsgebruik op een plafond.
Wie mensen op de fiets wil krijgen, moet ook durven spreken over:
- herverdeling van de ruimte
- snelheidsregimes,
- en keuzes die de auto niet langer automatisch voorrang geven.
Dat debat blijft in dit Masterplan grotendeels impliciet. Nochtans is het essentieel om de stap van 20 naar 30% fietsverplaatsingen te zetten.
Besluit
Het nieuwe Masterplan Fiets is politiek relevanter dan eerdere plannen. Het verdient erkenning voor zijn langetermijnvisie en ambitie. Vanuit de Fietsersbond volgen we dit plan de komende jaren met heel veel interesse en constructief op.
We blijven wel waakzaam want the proof of the pudding is in the eating. Het plan ligt er en dat is goed, nu ook de uitvoering. De doelstelling van 30% verplaatsingen met de fiets in 2040 halen we alleen als we goede concrete acties op het terrein zien. Als Fietsersbond zorgen we er mee voor dat het geen dode letters op papier blijven, maar er resultaten zichtbaar worden, voor iedereen, elke leeftijd en in heel Vlaanderen.


