Op vakantie met de fiets, de ideale combinatie niet? Een lange geschiedenis gaat het fietstoerisme vooraf. Of beter gezegd, het fenomeen van  toerisme tout court.

In de 18e en 19e eeuw hadden jonge Britten uit welgestelde families de gewoonte om na hun studies gedurende twee jaar op reis te gaan door Duitsland, Frankrijk en vooral Italië. Dit was de zogenaamde “Grand Tour”, waarbij ze een grote tour maakten langs voornamelijk historische plaatsen.  Tour, toerisme, een nieuwe beleving was geboren.

Het ontstaan van het fietstoerisme in België

In 1885 maakt de uitvinding van de “safety bike”, de voorloper van de fiets zoals we het vandaag kennen, de geboorte van het fietstoerisme mogelijk. In België verschijnen tientallen tijdschriften, gidsen en gespecialiseerde clubs. Twee clubs winnen snel een groot publiek door het fietstoerisme te promoten: de Ligue Vélocipédique, later de Belgische Wielrijdersbond (1889) en de Touring Club de Belgique (1895).

De Ligue Vélocipédique had reeds in 1891 een Guide vélocipédiste gepubliceerd. De Touring Club maakte er ook werk van en bracht in het seizoen 1895 honderdvijftig Itinéraires uit, dunne boekjes met telkens één fietstocht in beschreven. De twee fietsersverenigingen hadden elk een eigen tijdschrift, dat er bijzonder degelijk uitzag, en ook hun jaarboeken waren schatkisten vol praktische informatie.[1]

In 1895 installeert de Wielrijdersbond 400 hulpkistjes langs de Belgische wegen, zodat reizigers kleine mechanische herstellingen kunnen uitvoeren. Beide clubs sluiten ook partnerschappen met hotels en herbergen. Dankzij een logo aan de gevel hangen weten fietsers dat er welkom zijn.

Sommige houden het bij uitstapjes dicht bij huis, terwijl anderen avontuurlijker zijn en heel België verkennen, van de Ardennen tot de kust, tot zelfs buiten de landsgrenzen. Niet altijd evident in die tijd. De  fietsclubs pleitten voor kwaliteitsvolle fietsinfrastructuur, meer mogelijkheden om fietsen mee te nemen op de trein en eenvoudig de grens te kunnen oversteken.

Altijd verder, altijd hoger!

Hoewel fiets en trein populair blijven tot de Tweede Wereldoorlog, verandert de opkomst van de auto na 1950 alles. De Touring Club, ooit promotor van het fietstoerisme in België, transformeert zich vanaf 1947 tot wat we nu kennen: de grootste automobilistenvereniging van België.

Autovakanties worden het nieuwe normaal. De favoriete vakantiebestemming van de Belgen is voortaan het zuiden van Frankrijk. Tussen 1951 en 1989 verdrievoudigt het percentage vakantiegangers. De grote autofiles richting zuiden in juli en augustus zijn sindsdien een jaarlijkse traditie.

Vanaf de jaren ’70 worden vliegreizen steeds populairder en toegankelijker. Eind jaren ’90  doet de low-cost luchtvaart, gesteund door fiscale voordelen, haar intrede. Een weekend Rome of Barcelona met het vliegtuig is het nieuwe normaal.

De terugkeer van het fietstoerisme

Hoewel het nooit volledig verdwenen is, was fietstoerisme lange tijd naar de achtergrond verdwenen. Vanaf de jaren ’90 is er in Europa sprake van een duidelijke comeback. De groei van het fietstoerisme hangt nauw samen met de ontwikkeling van autoluwe routes. Oorspronkelijk bedoeld voor lokaal transport, worden ze heuse recreatieruimtes.

Er ontstaat een positieve spiraal: de economische opbrengsten stijgen dankzij dagjestoeristen, wat weer leidt tot meer investeringen in infrastructuur en dus nog hogere bezoekersaantallen. Een typisch voorbeeld is de Donau Radweg, het voormalige jaagpad langs de Donau transformeerde in 1989 tot een 1.200 km lange fietsroute. Het werd een overdonderend succes.

Eind jaren ’90 tekent de pas opgerichte European Cyclists’ Federation (ECF), de Europese koepel van Fietserbonden, het EuroVelo-netwerk uit, een reeks internationale fietsroutes door heel Europa. Het  netwerk bestaat vandaag uit 17 fietsroutes die 44 landen doorkruisen, vijf routes lopen door België.

Er zijn steeds meer reisbureaus die fietsvakanties aanbieden, gespecialiseerde gidsen en roadbooks. Landen zoals Frankrijk en Zwitserland, die het fenomeen monitoren, zien ook een echte toename.” Marie Sécretant, ProVelo

Ook in België groeit het fietstoerisme. Al zijn er nog uitdagingen, denk maar aan de moeilijkheid om een fiets in punt A te huren en aan punt B achter te laten, het ontbreken van bewegwijzering vanuit treinstations naar fietsroutes en het gebrek aan uniformiteit tussen de verschillende gewesten. Maar ook al is het soms nog wat zoeken, laat dat niet aan je hart komen en geniet van je volgende fietsreis!

 

Dit artikel is een herwerking van ‘histoire du vélotourisme van Gaël Demeyere’, gepubliceerd in het zomernummer van het magazine van Avello.