De federale overheid schakelt bij maar moet de berg nog op
Eind mei keurde de federale regering Be Cyclist 2.0 goed, het tweede federale fietsplan, dat loopt van 2026 tot 2029. Het plan bevat concrete maatregelen om handen en voeten te geven aan het federale fietsbeleid. Wie de voorganger van het plan Be Cyclist 1 kende, ziet meteen dat er stevig is bijgeleerd. Toch heeft dit nieuwe plan ook zijn beperkingen, en niet alle daarvan liggen aan minister Crucke.
Concrete doelstelingen geven richting
Een nationaal fietsplan is een belangrijk instrument mét aantoonbaar resultaat. BeCyclist 1 zorgde ervoor dat er vandaag het centraal fietsenregister mybike bestaat op federaal niveau, de fietsvergoeding aangepast en de wegcode herzien. De Fietsersbond en Avello eisten om deze oefening ook voor de periode 2025 – 2029 te herhalen. Immers, een fietsplan moet een vaste oefening zijn aan het begin van iedere legislatuur. Bovendien moet het plan meer zijn dan een intentieverklaring.
Met resultaat! Daar waar het eerste federale fietsactieplan uit vorige legislatuur een lange lijst bevatte van 52 maatregelen, was zonder cijferdoelen en zonder echte opvolging, legt Be Cyclist 2.0 nu wel harde doelen op tafel.
Tegen 2040 moet:
- 22 procent van alle Belgische verplaatsingen met de fiets gebeuren (vandaag rond de 12 procent),
- de helft van de Belgische fietsen geregistreerd zijn in mybike
- de helft van de verplaatsingen tussen de woonplaats en het treinstation met de fiets gebeuren. Een duidelijke keuze voor intermodaliteit, al is er hier nog veel werk.Vandaag bedraagt dat aandeel in België 19 procent, ter vergelijking, Nederland zit op 48.
Om het plan op te volgen komt er voor het eerst een tussentijdse evaluatie in 2027 en een eindevaluatie in 2029, telkens met de externe stakeholders, waaronder de Fietsersbond.
Maatregelen die het verschil kunnen maken
BeCyclist is opgebouwd rond drie strategische assen.
- Van de fiets een aantrekkelijke, duurzame mobiliteitskeuze maken die bijdraagt tot de modal shift
- Van de fiets een aantrekkelijk, veilig vervoersmiddel maken dat goed is voor de gezondheid
- Van de fiets een hefboom voor onze economie maken
Nieuw en niet onbelangrijk hierin is dat de fiets economie voor het eerst een eigen pijler krijgt. Hierin staat onder meer de oprichting van een Belgian Cycling Valley die de Belgische fietssector internationaal op de kaart moet zetten.
Voor fietsers zitten er heel wat tastbare maatregelen in het plan. De fiscale vrijstelling op de fietsvergoeding die vandaag op maximaal 3.700 euro per jaar ligt, verdwijnt als jaarplafond. Fietsleasing wordt veralgemeend voor federale ambtenaren en in alle paritaire subcommissies, en er komt een studie naar een sociaal leasing model voor lagere inkomens. De NMBS belooft tot slot 164.000 fietsenstallingen tegen 2032, beveiligde parking aan 100 grote stations, en 7.800 fietsplaatsen in de trein in plaats van de huidige 6.600.
Buiten deze grotere lijnen voorziet het plan nog een reeks technische maatregelen die we er graag even uitlichten:
- De verkeersregels (verder) aanpassen om maat van de noden van de fiets en andere actieve modi
- Het mybike-register Europees uitbreiden,
- Er komt tegen 2027 een herstelbaarheid index voor elektrische fietsen,
- Zero-emissie-clausules invoeren in federale overheidsopdrachten om fietslogistiek te stimuleren.
Een plan zonder geld
Be Cyclist 2.0 krijgt geen eigen budget, dat is de fundamentele zwakheid. Alle maatregelen moeten gefinancierd worden uit de reguliere begroting van de bevoegde diensten. Dat betekent dat elke maatregel elk jaar opnieuw zijn plek moet bevechten aan de begrotingstafel, naast alle andere prioriteiten. Voor een plan met ambities tot 2040 is dat geen detail. Het maakt elke maatregel structureel kwetsbaar, zeker bij regeringen die het mes in de uitgaven willen zetten. Het plan staat dus, voor het echte werk begint, al met één been in het ongewisse.
Federaal kan maar wat federaal kan
Voor we te streng worden over wat er nog ontbreekt, een eerlijke nuance. Het federale niveau heeft, als het over fietsbeleid gaat, maar een paar echte hefbomen: fiscaliteit (fietsvergoeding, fietsleasing) politie en justitie, en het spoor via de NMBS. Alles daarbuiten, weginfrastructuur, ruimtelijke ordening, snelheidsregimes (behalve dan op snelwegen), lokaal mobiliteitsbeleid, ligt bij de gewesten en de gemeenten. Op die federale hefbomen weegt Be Cyclist 2.0 effectief door en dat is echt wel een verdienste.
Maar dat betekent ook dat de federale ambitie van 22 procent in 2040 voor een groot stuk afhangt van wat de gewesten doen. Vlaanderen heeft via zijn Masterplan Fiets de ambitie van 30 procent tegen 2040, Brussel mikt in Good Move op 11 procent tegen 2030, en Wallonië op 5 procent tegen 2030. Zonder die gewestelijke uitvoering blijft de federale doelstelling niet veel meer dan een optelsom op papier. In één adem roepen we als Fietsersbond Wallonië en Brussel op om meer ambitie te tonen.
Wat ontbreekt federaal?
Vier zaken die federaal wel geregeld of versterkt kunnen worden, en die toch geen plaats kregen in de eindversie van BeCyclist.
Eén, de fietsvergoeding wordt niet uniform verplicht in alle sectoren. Werknemers in de privésector zijn gedekt via de aanvullende cao, maar in de publieke sector blijft de fietsvergoeding facultatief. Of je een fietsvergoeding krijgt of niet hangt dus af van bij wie je werkt. Dat valt niet meer uit te leggen.
Twee, mybike-registratie blijft vrijwillig. Willen we de helft van de Belgische fietsen tegen 2040 geregistreerd zien, dan is de verplichting voor verkopers om elke nieuwe fiets standaard te registreren noodzakelijk.
Drie, het dossier van de fietsparking aan stations is oude wijn in nieuwe zakken. Het plan kondigt 164.000 fietsenstallingen tegen 2032 en beveiligd parking aan 100 stations aan, maar dat staat al jaren in de beheersovereenkomst met de NMBS en is dus geen nieuwe ambitie. En zelfs als die cijfers worden gehaald, weten we uit het FietsDNA 2025 dat de schrik voor fietsdiefstal aan stations een echte rem op het fietsgebruik blijft. Wat dan wel werkt, zijn bemande en écht beveiligde fietsenstallingen zoals die in Nederland al gemeengoed zijn. Zonder die stap raakt de doelstelling om in 2040 een aandeel fiets van 50 procent voor woon-station verplaatsingen niet binnen handbereik.
Vier, en dit is de moeilijkste: de fiscale gunstregeling voor salariswagens blijft onaangetast. Het plan versterkt wel het mobiliteitsbudget, dat werknemers met recht op een salariswagen toelaat om een duurzamere keuze te maken, fiets inbegrepen. Dat is een echte stap, maar het verschuift het zwaartepunt niet. Zolang de onderliggende logica intact blijft, blijft een salariswagen ook de fiscaal meest aantrekkelijke keuze, en blijft het mobiliteitsbudget vooral een uitweg voor wie zelf wil schakelen. Het Federaal Planbureau zegt zelf dat bij ongewijzigd beleid het aantal kilometers per fiets onvoldoende stijgt om de doelstellingen te halen. Anders gezegd, zonder ook te durven kijken naar wat de auto fiscaal blijft bevoordelen, zal die 22 procent in 2040 een papieren ambitie blijven.
En nu?
Be Cyclist 2.0 is een gedegen opvolger van het eerste federale fietsactieplan, maar betekent geen ommekeer. Het schakelt een tandje hoger en zet voor het eerst harde cijferdoelen op tafel. Daar mag dit plan eer voor krijgen. Tegelijk wordt duidelijk waar de echte hefbomen nu liggen: bij de gewesten, en bij de fiscale (on)evenwichten die niemand graag aanraakt.
De Fietsersbond gaat dit plan mee uitvoeren en bewaken. In 2027 ligt er een tussentijdse evaluatie, en daar willen we klaar zijn met onze eigen prioriteiten. Help mee, word lid van de Fietsersbond. Of schrijf je in op onze beleidsnieuwsbrief en blijf op de hoogte van waar wij volgend jaar het hardst aan de bel zullen trekken.


