Reactie van de Fietsersbond op de uitspraken van Herman Brusselmans op 18/02 aan de Tafel van Tine

Meer fietsers staat gelijk aan een gezondere bevolking en een vlottere mobiliteit in woonkernen. Steden willen meer fietsers. Wij ook. Herman Brusselmans focust op een gevoel dat velen herkennen: drukke straten, het gevoel dat de publieke ruimte chaotischer is geworden. Dat gevoel is echt en verdient een eerlijk antwoord. Maar van ergernis naar ‘levensgevaarlijk’ is een grote stap en die stap verdient nuance.

De Fietsersbond ontkent niet dat sommige fietsers zich onbehoorlijk gedragen. Wie te snel rijdt langs voetgangers, wie een kind de pas afsnijdt of wie niet stopt voor een rood licht: dat is onaanvaardbaar en verdient een correctie. Punt.

Maar, als we het over gevaar hebben, over wie er in de schoolspits écht het risico loopt om in het ziekenhuis te eindigen, moeten we eerlijk zijn over wat de statistieken zeggen. Kinderen en ouders worden zwaar gewond of gedood door motorvoertuigen, niet door fietsers. Dat is geen mening, dat zijn de cijfers van Vias. Een fietser die te snel passeert is vervelend. Een vrachtwagen die door een schoolomgeving rijdt tijdens de ochtendspits is gevaarlijk. Het verschil is niet semantisch, het is een kwestie van fysica en prioriteiten.

Ik fiets elke ochtend zelf met mijn zoon naar school. Ik zie bestelwagens op het fietspad, te smalle fietspaden en conflictpunten waar het ontwerp zelf de botsing uitlokt. Ik zie af en toe ook onhoffelijke fietsers. Steden als Gent, Antwerpen, Mechelen en Leuven hebben de voorbije jaren massaal gekozen voor de fiets en terecht. Maar de infrastructuur is niet plots beter  geworden. Dat is een ontwerp- en beleidsprobleem, geen karakterprobleem van de fietser.

Wat nu gebeurt: de anekdote wordt het argument, de ergernis wordt het bewijs, en de fietsende bevolking, waaronder veel kinderen op weg naar school, wordt weggezet als probleem. Dat is niet alleen oneerlijk, het is ook contraproductief om echt antwoorden te geven waar we nu nood aan hebben: meer ruimte voor fietsers en conflictvermijdende infrastructuur en kennis bij iedereen van wat fietsers volgens de wegcode wel mogen. De Fietsersbond vraagt stadsbesturen en de Vlaamse overheid concreet:

  • Handhaaf gericht op gevaar: vrachtwagens en bestelwagens in de schoolspits, voertuigen op fietspaden. 
  • Investeer in infrastructuur die conflicten structureel oplost in plaats van ze te delegeren aan ‘hoffelijkheid’.
  • Maak keuzes waar je welke verkeersdeelnemers wil: voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto’s allemaal samenduwen zonder organisatie is niet de oplossing.
  • Betrek fietsers en fietsorganisaties bij ingrepen op drukke fietsassen, vóór ze worden uitgevoerd.

Iedereen die veilig zijn kind naar school wil brengen verdient steun. Ongeacht of die ouder dat doet met een taxi of met een fiets.

Wies Callens – Beleidsverantwoordelijke en woordvoerder Fietsersbond

wies.callens@fietsersbond.be | 0478 54 64 52