Dit artikel verscheen in de Veelo, het magazine van de Fietsersbond: vol fietsnieuws, leuke interviews, nieuwe trends en praktische weetjes! Vraag je gratis proefexemplaar aan of word lid en ontvang naast het magazine talrijke andere voordelen. 

Waarom mobiliteit een welzijnsthema is

“Veiligheid op het werk begint niet pas op de werkvloer, maar vanaf het moment dat iemand de voordeur achter zich dichttrekt.” Met die brede blik kijkt Prebes naar mobiliteit, arbeidsongevallen en fietsveiligheid. Voor Veelo sprak ik met directeur Tom Van Thienen over fietsleasing, preventie, infrastructuur en waarom een goed fietspad soms meer gezondheidswinst oplevert dan een extra welzijnscampagne.

Prebes is de beroepsfederatie van preventieadviseurs in Vlaanderen en Brussel. De organisatie verdedigt al decennia belangen rond welzijn op het werk, arbeidsveiligheid en gezondheid. En daar hoort mobiliteit vandaag onvermijdelijk bij.

“Woon-werkverkeer wordt vaak gezien als iets naast het werk,” zegt Van Thienen. “Maar voor werknemers maakt dat onderscheid weinig uit. Een ongeval onderweg heeft evenveel impact op gezondheid, werkuitval en welzijn.”

Die impact groeit. Niet alleen omdat meer mensen fietsen, maar ook omdat het verkeer complexer wordt. Elektrische fietsen, speedpedelecs, steps en andere lichte elektrische voertuigen zorgen voor nieuwe snelheden en nieuwe risico’s. “Het debat gaat eigenlijk niet over de fiets zelf, het gaat over hoe we omgaan met risico’s, infrastructuur en vaardigheden.”

Meer fietsers, meer aandacht voor preventie

Volgens Van Thienen ligt een groot deel van de oplossing bij preventie. Niet enkel in sensibilisering, maar in concrete ondersteuning van werknemers. “Veel mensen zijn gelegenheidsfietsers. Die springen niet elke dag op de fiets en denken minder na over onderhoud of techniek. Terwijl zaken zoals bandendruk, remmen of verlichting echt een verschil maken.”

Hij pleit ervoor dat werkgevers mobiliteit serieuzer nemen binnen hun preventiebeleid. Van een infosessie of fietscheck tot opleidingen rond remtechnieken of rijden met een speedpedelec. “Veel mensen weten niet dat je een noodstop vooral met je voorrem maakt, niet met je achterrem. Anticiperen op natte wegmarkeringen, putten of verschillende types fietsinfrastructuur leer je niet zomaar.”

Sommige werkgevers koppelen opleidingen aan het gebruik van bepaalde voertuigen, in overleg met verzekeraars en preventiediensten. Wie met een speedpedelec van het bedrijf wil rijden, krijgt eerst een opleiding.

Fietsleasing alleen is niet genoeg

Dat bedrijven investeren in fietsleasing, juicht Prebes toe. Maar een leasefiets op zich volstaat niet. “De overtuigde fietser vindt meestal wel een oplossing. De uitdaging zit bij wie twijfelt. Voor hen moet fietsen zo comfortabel en logisch mogelijk worden gemaakt.”

Daar hoort meer bij dan een fietsvergoeding. Veilige stallingen, laadpunten, lockers, douches, pechbijstand en degelijke toegangswegen maken volgens hem vaak het verschil. “Te vaak eindigt de fietsstalling nog in een vergeten hoekje.”

Ook bedrijventerreinen blijven een probleem. “Sommige sites zijn quasi onmogelijk bereikbaar zonder auto. Zeker bij ploegensystemen of volcontinu werk botst openbaar vervoer op zijn grenzen.” Toch ziet Van Thienen nog veel groeipotentieel, bij bedrijven en overheden. “Elke auto die vervangen wordt door een fiets, betekent minder drukte en uiteindelijk meer veiligheid voor iedereen.”

Betere en slimmere infrastructuur

Tijdens het gesprek komt het woord infrastructuur opvallend vaak terug. Opmerkelijk voor een beroepsfederatie die zich rond veiligheid en preventie op het werk organiseert. Niet alleen de aanwezigheid van fietspaden telt, maar ook de kwaliteit en samenhang ervan. “Vanuit preventie begrijp ik soms niet waarom je naast een mooie asfaltstrook nog een fietspad in klinkers aanlegt,” zegt Van Thienen. “Dat fietst niet alleen ongemakkelijk, het bemoeilijkt ook het onderhoud, en onderhoud is minstens even belangrijk als aanleg.”

We komen al snel bij putten in het wegdek, abrupte overgangen tussen gemeenten en kruispunten waar fietsers structureel in het nadeel zijn. Alles begint bij ontwerp. Sommige conflicten zijn letterlijk “conflict by design”. Volgens Van Thienen moet technologie vaker worden ingezet ten dienste van fietsveiligheid. Slimme verkeerslichten, groene golven en detectiesystemen kunnen fietsers vlotter en veiliger laten doorstromen. “Vandaag moet de fietser nog te vaak stoppen en wachten, terwijl auto’s prioriteit krijgen.”

Gezond verstand en empathie

Wat is er uiteindelijk nodig? Geen mirakeloplossing, zegt Van Thienen, maar een combinatie van degelijk beleid, infrastructuur en gezond verstand. “Veiligheid draait ook om empathie. Een botsing tussen een fietser en een wagen van twee ton heeft nu eenmaal een andere impact.”

Zelf kijkt hij anders naar publieke ruimte sinds hij na een ongeval een tijd in een rolstoel zat. “Plots zie je hoeveel obstakels er nog zijn: hoge boordstenen, slechte overgangen, smalle doorgangen. Ontwerp meer vanuit de gebruiker.” Of, zoals hij het zelf samenvat: “De beste mobiliteitsoplossingen ontstaan wanneer je vertrekt vanuit de praktijk van mensen, niet alleen vanuit verkeersdoorstroming.”