
Recent werd het rondpunt in de Merelbekestraat heringericht. Voor fietsers die vanaf de brug naar het rondpunt rijden, kwamen er betonblokken en een bijzonder haakse bocht.
Die bocht blijkt moeilijk te nemen met een bakfiets of longtail. Voor fietsers met een fietskar is de doorgang quasi onmogelijk. Tegelijk is de beschikbare opstelruimte zeer beperkt: zo ontstaat er snel hinder voor achteropkomend fietsverkeer en voetgangers, vooral tijdens de spitsuren. De nieuwe inrichting maakt de situatie voor fietsers dan ook allerminst vanzelfsprekend.
Fietsersbond Merelbeke-Melle stelde hierover verschillende vragen aan de dienst mobiliteit, en we verslikten ons in het antwoord: “Voor ons primeert de veiligheid, dus het afremmen van de fietser.”
Dat deed ons terugdenken aan de eerder geplaatste snelheidsremmers voor het autoverkeer. Die waren blijkbaar eveneens hoognodig: ze werden in geen tijd aangereden door te snel rijdende wagens. Maar even snel werden ze weer verwijderd en bestempeld als ‘te hinderlijk’…
En de fietsers? Die worden nu afgeremd met stevige betonblokken, terwijl de snelheid van het autoverkeer ongemoeid blijft. Dat valt moeilijk te rijmen met het STOP-principe, waarbij voetgangers en fietsers voorrang krijgen in het mobiliteitsbeleid. Zeker op deze locatie, in een drukke school- en stationsomgeving én op een belangrijke fietsverbinding. Bovendien ligt de locatie reeds in een fietszone, die al kort na de brug begint.
Fietsveiligheid zou niet mogen betekenen dat fietsers zich telkens opnieuw moeten aanpassen aan een inrichting die vooral vanuit het autoverkeer wordt bekeken.
Wij blijven daarom pleiten voor een inrichting die de snelheid van het autoverkeer daadwerkelijk aanpakt én fietsers een veilige, logische en fietsvriendelijke doorgang biedt. Deze locatie vraagt wat ons betreft om dringende evaluatie en bijsturing.

