Op 23 april 2024 werd mybike gelanceerd – Dankzij een nationaal registratiesysteem kunnen fietsen snel geïdentificeerd en teruggebracht worden naar de rechtmatige eigenaar. Het is een essentieel instrument in de strijd tegen fietsdiefstal. De Fietsersbond zette er mee haar schouders onder. 

Dat mybike er kwam, is te danken aan het doorzettingsvermogen en de visie van enkele sleutelfiguren. Ruim anderhalf jaar na de lancering blikken we terug en vooruit met twee van hen: Sofie Walschap, eerste attaché bij Brussel Mobiliteit, en Dominik Scholz, toenmalig fietsadviseur op het kabinet van federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet. Dankzij samenwerking tussen vier regeringen (Vlaanderen, Wallonië, Brussel en federaal) groeide mybike uit van een Brussels initiatief gelanceerd in 2019 tot een nationaal register waar ook verschillenden diensten van politie en justitie toegang tot hebben.

Laten we beginnen bij het begin. Waarom voelden jullie vanuit Brussel en federaal de nood om te werken met een centraal fietsregister? Waar kwam dat idee vandaan? 

Sofie Walschap: In Brussel werkten we lang met graveren om eigenaars aan hun fiets te koppelen. Maar dat heeft beperkingen. Het bemoeilijkte doorverkoop, en veel mensen wilden hun kader niet laten beschadigen. We hadden een systeem nodig dat niet de persoon, maar de fiets centraal zet.

We hebben één iemand ontmoet, die een registratiesysteem ontwikkeld had voor gitaren. Dat inspireerde ons, het voordeel is dat je een centrale database hebt. Voor mybike werkten we bijkomend met een simpele sticker. Handig, je beschadigt de frame niet, daarmee kregen daarmee mensen makkelijker mee.

Dominik Scholz: In het federale regeerakkoord van 2020 werd afgesproken dat de strijd tegen fietsdiefstal moest worden opgevoerd via een centraal, vrijwillig registratiesysteem. Dat was ook een vraag trouwens van de Fietsersbond en Avello. 

Maar wie is daarvoor bevoegd? Dat is in België soms wat ingewikkeld. We hadden bij de federale overheid wel één belangrijke hefboom: veiligheid is een uitsluitend federale bevoegdheid. Bijkomende opportuniteit, voor het eerst zette de federale minister van Mobiliteit echt in op de fiets. En voor het eerst was er ook een fietsadviseur op het kabinet, ik dus. En als iedereen naar elkaar kijkt, de gewesten, de administraties, moet iemand het in handen nemen.

Een belangrijke eerste stap was om de noodzaak aan te tonen. Beleid op basis van een buikgevoel is geen goed beleid. Daarom lanceerden we een onderzoek. Op vraag van ons heeft VIAS Institute politiediensten in heel België bevraagd. We wilden weten: hoe pakken jullie fietsdiefstal aan, wat werkt, en wat hebben jullie nodig als we de strijd willen opvoeren? En wat bleek, iedereen doet het op zijn manier. 

Het was duidelijk, als we echt vooruit willen, moet er één coherent systeem komen, met meer sturing op nationaal niveau. Dat hebben we ter harte genomen. We hebben gekeken naar het Brusselse mybike -project, dat al sterk stond, en beslist om dat model verder uit te breiden en inhoudelijk te verdiepen.

Hoe verliep die samenwerking met de politie? Of beter gezegd, hoe loopt dat? 

DS: Het nieuwe myBike-systeem voor het hele land is van bij het begin samen met de politie ontwikkeld. Dat was noodzakelijk, want het valt binnen hun bevoegdheden. Belangrijk wel was om de autonomie van de lokale politiezones te respecteren. Dat ligt erg gevoelig. Je moet begrijpen, er staat niemand echt ‘boven’ de lokale politiezones. Elke zone heeft een vorm van onafhankelijkheid, de zone kan haar eigen accenten kiezen. Daarom wilden we mybike in de eerste fase niet verplichten. Elke politiezone mag dus zelf beslissen of ze mybike actief gebruiken. 

En hier ligt misschien wel een taak voor lokale afdelingen van de Fietsersbond, lokale fietsers. Elke zone heeft een zonaal veiligheidsplan. Het is belangrijk dat de strijd tegen fietsdiefstal daarin duidelijk is opgenomen, en mybike als instrument in die strijd. Burgers  kunnen dat voor hun politiezone onder de loep nemen en mee op de agenda zetten.

SW: Als Brussels Gewest hebben we de politie van bij het begin geïnformeerd. Maar zoals Dominik correct beschrijft, om echt samen te werken was er nood om eerst een nationaal kader op te zetten. Dat gezegd zijnde, we werken in Brussel steeds nauw samen met de lokale politiezones en luisteren naar hun noden. 

Ja, we horen dat na mybike het Brussels Gewest vandaag een voortrekker is op het vlak van depots voor gevonden fietsen. Kan je daar wat meer over vertellen?

SW: De politie is hier vragende partij voor. Fietsen blijven te lang op commissariaten liggen, en een centraal depot maakt beheer én publicatie van gevonden fietsen veel efficiënter.

In Brussel zit het zo, een teruggevonden gestolen fiets blijft eerst één maand bij de politie en vervolgens drie maanden naar het depot op de Leuvensesteenweg beheerd door Cyclo vzw. Het betreft niet alle teruggevonden fietsen, nog niet, voor fietsen teruggevonden in het kader van een huiszoeking bestaat vandaag geen kader. Daarvoor werken we op dit moment aan een conventie.

Brussel is een stadsgewest, dat vergemakkelijkt de inrichting van zo’n depot. In andere gewesten ligt dat logistiek en bestuurlijk moeilijker.

DS: Dat klopt, in Vlaanderen en Wallonië zijn de  afstanden groter. Justitie heeft wel depots voor bewijsmateriaal, maar die zijn bedoeld voor processen. Daardoor ontstaat een reëel probleem: waar zet je alle teruggevonden fietsen? Politieagenten vertellen soms dat bij huiszoekingen tientallen fietsen worden aangetroffen die mogelijk gestolen zijn, maar dat ze geen plek hebben om ze op te slaan. Er is nood aan coördinatie en een structurele aanpak om zulke depots ook buiten Brussel mogelijk te maken.

Terug naar mybike, vandaag (november 2025) zijn 154.000 fietsen geregistreerd op het platform. Dat is nog te weinig. Hoe kunnen we dat aantal verhogen? Wat kunnen we uit Brussel leren waar mybike echt ingeburgerd is?

SW: We hebben vanaf de start de lokale gemeenten betrokken. We vroegen de gemeenten: stop met graveren, maar vervang het door promotie van mybike zodat het contact met de burger blijft bestaan. Na de lancering werkte de mond-tot-mondreclame heel goed: mensen zagen de sticker, vroegen ernaar en gingen registreren. Het gedeelde engagement tussen fietsers is cruciaal.

DS: De strijd tegen fietsdiefstal is echt een collectieve strijd. We moeten beseffen dat het alleen werkt als genoeg mensen meedoen. Hoe bekender dat gezamenlijke verhaal wordt, hoe sterker het effect. We beginnen nu wel een doorbraak te zien, dat merk je in de recente cijfers. Maar de echte critical mass, een kritische massa, die hebben we nog niet bereikt.

Samen pakken we fietsdiefstal aan. De Fietsersbond roept haar lokale afdelingen, leden en alle fietsers op om mybike mee bekend te maken.