De Brusselse Ring is de op één na drukste en één van de meest filegevoelige snelwegen van ons land. Een verkeersknooppunt waar mobiliteit, immobiliteit of stilstaan is. Hoe brengen we daar verandering in. (Te) lang werd gepleit om de capaciteit ‘simpelweg’ te vergroten, bijkomende rijstroken aan te leggen. Maar wat als mensen nu eens minder afhankelijk zijn van die auto en de keuze kunnen maken voor het openbaar vervoer of de fiets? Dankzij de standvastige houding van het Brussels Gewest, toekomstgerichte beleidsmakers, mobiliteits- en milieuorganisaties investeert Werken aan de Ring vandaag eerst in hoogwaardige fietsinfrastructuur.

Van 17 rijstroken naar een modal shift

 In 2008 kondigde de Vlaamse regering Peeters I aan de Brusselse Ring te willen verbreden. Het idee was om doorgaand en lokaal verkeer te scheiden met parallelrijstroken. Op sommige plaatsen zou de weg daardoor wel 17 rijstroken breed worden.

Het autoproject stuitte op heel wat  kritiek. Terecht, zo oordeelde ook de  Fietsersbond. Naast de schadelijke impact op luchtkwaliteit en milieu, zal meer asfalt op lange termijn niet leiden tot het einde van de autofile. Dit heet ‘induced demand’, extra rijstroken trekken juist meer auto’s aan. Daardoor staan de nieuwe wegen na korte tijd alsnog weer vol.

De optimalisering van de Brusselse ring moet in de eerste plaats bijdragen aan de vermindering  bijdragen aan de vermindering  van het aandeel auto in Brussel  van het aandeel auto in Brussel  en Vlaanderen.

Mobiliteits- en milieuorganisaties riepen op tot een duurzame oplossing. Wat als de mensen die vandaag opgesloten zitten in de auto de keuze kunnen maken voor het openbaar vervoer of de fiets? Met de opkomst van elektrische fietsen, speed pedelecs en andere fietsoplossingen op maat is het steeds makkelijker om lange afstanden met de fiets te overbruggen. Alleen, veilige en comfortabele fiets- paden ontbreken. Daarom, de oproep om fietsinfrastructuur aan te leggen, om echt te investeren in een modal shift.  En belangrijker, zo eiste de Fietsersbond: laten we dat doen nog vóór we die autoring optimaliseren.

Ook vanuit Brussel werd volop mee druk gezet. De leefbaarheid van de hoofdstad stond immers op het spel. De Gewestelijke Mobiliteitscommissie is van oordeel dat de optimalisering van de Ring in de eerste plaats moet bijdragen tot een vermindering van het modaal aandeel van de auto, zowel in Brussel als in Vlaanderen. Zo luidde ook het officieel advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van het Brussels Gewest.

Met succes. Rond 2017 veranderde de aanpak fundamenteel. De Werkvennootschap werd opgericht om het dossier op een nieuwe manier te beheren. De focus verschoof van enkel asfalt naar een breder programma. Er werden forse investeringen aangekondigd in alternatieven zoals fietssnelwegen en nieuwe tramlijnen via het Brabantnet. Van die tramlijnen komt er weinig in huis, zo werd de tram op de A12 tussen Brussel en Willebroek eind 2025 afgevoerd. Maar die fietssnelwegen worden vandaag in sneltempo gerealiseerd. 

Fietssnelwegen schieten uit de grond

Op de website van Werken aan de Ring weerklinkt volgende ambitie: Om de fiets verder te versterken als een volwaardig transportmiddel voor woon-werkverkeer, werken we ‘missing links’ in het fietsnetwerk weg. We zorgen voor kwalitatieve fietsinfrastructuur en willen op die manier mensen stimuleren zo vaak mogelijk de fiets te gebruiken. We investeren in fietssnelwegen die de Vlaamse Rand veilig en vlot met de hoofdstad verbinden.

We zorgen voor kwalitatieve fietsinfrastructuur en willen zo fietsinfrastructuur en willen zo mensen stimuleren zo vaak mogelijk de fiets te gebruiken.

En het gaat hard. In 2024 werd de langste fietsbrug van het land geopend in Machelen, met een lengte van wel  710 meter. Ook de grootste houten fietsbrug van het land werd dat jaar gerealiseerd over het Vierarmenkruispunt in Tervuren. Weldra zullen er drie fietssnelwegen zijn om van Brussel naar Leuven te fietsen, langs de spoorweg (F3), de autosnelweg E40 (F203) of op een heuvelrug door de velden (F29). Er wordt een heuse ring rond Brussel voor fietsers gepland, de FR0. Onderdoor, rondom, erboven, wel 14 fietssnelwegen zijn of worden in het kader van Werken aan de Ring afgewerkt.

Missing links

Die grote houten fietsbrug komt uit op een onverhard fietspad langs het  Zoniënwoud. Op regenachtige dagen mijden fietsers het modderfietspad en laten ze de brug links liggen. Overleg met  lokale Fietsersbond- en Avello-afdelingen loopt moeizaam. De Werkvennootschap werkt naarstig door, maar participatie met de fietsers is een pijnpunt.

Dat geldt eveneens voor dat ringfietspad. Voor fietsers voelt dat toch als een autologica, de Brusselse autoring vertaald naar de fiets. Doe gerust, de fietser haalt zijn schouders op, maar er zijn voor hem/ haar andere prioriteiten. Zeker in Brussel. Want terwijl er in Vlaanderen grote  financiële middelen voorhanden zijn, kan Brussel niet volgen. De gewestgrens is pijnlijk zichtbaar.

Versta ons niet verkeerd, de Fietsersbond is verheugd met de grote investeringen in fietsinfrastructuur. Ze maken wel degelijk een wezenlijk verschil. Het is een duidelijk teken: de fietser doet er toe. Het is dromen, ontdekken, fietsplezier.

Al is het nu tijd om te investeren in de missing links, de plekken waar de noden voor de fietsers vandaag het grootst zijn. Dat hoeft zeker geen nieuwe, spectaculaire brug of tunnel te zijn, een kunstwerk. Focus op het ontwarren van de moeilijke knooppunten, de aansluiting met  Brussel. Een fietsende pendelaar stopt immers niet aan de gewestgrens. Zo zal nieuwe fietsinfrastructuur echt ten goede komen aan de fietser en realiseren we samen de modal shift.