Dit artikel verscheen in de Veelo, het magazine van de Fietsersbond: vol fietsnieuws, leuke interviews, nieuwe trends en praktische weetjes! Vraag je gratis proefexemplaar aan of word lid en ontvang naast het magazine talrijke andere voordelen. 

Vrijwilligers dat bruist! Dat mochten we op onze ledendag en algemene vergadering op 21 maart weer voelen. We trokken naar Mechelen voor een dag vol ontmoeting, debat en inspiratie. Van grote Vlaamse fietsplannen tot de dagelijkse realiteit van een gevaarlijk paaltje of een auto die toch nog inhaalt in een fietsstraat: alles kwam aan bod.

Onze Vlaamse minister voor mobiliteit, openbare werken, sport én Haven Annick De Ridder mocht de openingsspits afbijten, met de uitdagingen en kansen van het Vlaamse fietsbeleid. En wij zetten haar met een lidkaart van de Fietsersbond én het boek Women Changing Cities van Melissa en Chris Bruntlett, alvast verder in de goede fietsrichting.

Daarna fileerde Wies Callens het Vlaamse Masterplan Fiets, waarop onze Vlaamse fietsmanager Patrick D’Haese vanop onze geïmproviseerde fietssofa in een open constructief gesprek ging. Er was appreciatie voor de groeiende investeringen en de hogere budgetten voor fietsinfrastructuur, maar tegelijk bleven we kritisch scherp. Want meer infrastructuur alleen volstaat niet. Het gaat ook over kwaliteit, veiligheid en keuzes durven maken. En ja, dat betekent soms ook SUV’s zoals “ons Jeannine” aan banden leggen.

Met meer fietsers en meer verschillende fietsen, verandert ook het verkeer op fietspaden en in fietsstraten. Elektrische fietsen, speedpedelecs, fatbikes en e-steps zorgen voor nieuwe snelheden en nieuwe dynamieken. Dat brengt spanningen met zich mee waar we als beweging eerlijk naar moeten durven kijken.

Tegelijk bleef doorheen de dag één boodschap terugkomen: uiteindelijk zit het verschil vaak in de details. In een conflictvrij kruispunt. Een veilige route naar school. Een verkeerslicht dat ook zichtbaar is voor kinderen. Of dat ene paaltje dat eindelijk verdwijnt na jarenlang aandringen door een lokale afdeling.

Tijdens de interactieve workshops in de voormiddag werd die vertaalslag naar de praktijk gemaakt. Deelnemers trokken de stad in voor een fietstocht door Mechelen, doken in sessies over lokale werking, verkeersongevallen, de kindnorm of de manier waarop gevaarlijk gedrag in fietsstraten beter in kaart gebracht kan worden.

Vooral de workshop rond lokale afdelingen leverde veel concrete signalen op. Vrijwilligers willen sterker kunnen netwerken, sneller kennis uitwisselen en gemakkelijker toegang krijgen tot technische expertise en praktische tools. Het bevestigde opnieuw hoe cruciaal lokale afdelingen zijn voor de slagkracht van de Fietsersbond. Daar is het dat de gesprekken met lokale besturen concreet resultaat opleveren op het terrein, dat acties letterlijke handjes en pootjes krijgen, daar verzetten we samen lokale stenen in de stroom die vanuit Vlaanderen en Federaal naar beneden vloeit.

Maar misschien was de meest confronterende sessie wel de workshop Snel Graag Traag 2.0. Vanuit een eenvoudige maar gevoelige vraag vertrekken we voor een verhelderende rit: wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de drukte op het fietspad?

Geen vrijblijvende brainstorm of lijstje met goede voornemens, maar een oefening in perspectief. De deelnemers werden onderverdeeld in vijf herkenbare types weggebruikers: de kwetsbare fietser die zich opgejaagd voelt, de ervaren fietser die van de klassieke fiets op de e-bike overstapte maar zijn gedrag “niet veranderd” vindt, de “danser” die zich voortdurend aanpast aan anderen, de fatbiker of e-stepper die zelf de verandering belichaamt, en de voetganger die vooral merkt dat alles sneller en drukker wordt. In een rollenspel verdedigde elke groep zijn personage met vuur. Herkenbare uitspraken, allemaal logisch vanuit de eigen leefwereld.

Gaandeweg werd duidelijk dat bijna iedereen moeite heeft met verandering, alleen telkens met een andere verandering. Tegelijk lijken we soms te vergeten dat fietsers vandaag nog altijd vaak op infrastructuur rijden die nooit ontworpen werd voor zoveel verschillende snelheden en gebruikers tegelijk.

Een andere vaststelling bleef hangen in de zaal. Toen SUV’s steeds groter werden, sprak niemand over een “SUV-probleem”. Rijstroken werden breder, infrastructuur werd aangepast en de autolobby deed haar werk. Waarom zijn fietsers dan vaak zoveel strenger voor zichzelf? Waarom laten we ons zo gemakkelijk vangen in het cliché van de “agressieve fietser”?

De workshop maakte duidelijk dat die framing vooral handig is voor wie de echte discussie wil vermijden: die over ruimteverdeling. Over hoeveel plaats we bereid zijn te geven aan veilige, comfortabele en inclusieve actieve mobiliteit.

De sessie eindigde met een uitdagende opdracht: leg in twee zinnen aan een buitenstaander uit wat hier écht speelt. Niet defensief. Niet technisch. Niet vanuit kampen denken. Wel vanuit empathie én vanuit de overtuiging dat publieke ruimte eerlijker verdeeld moet worden. Dat gesprek is nog lang niet afgerond.

Ook tijdens de Algemene Vergadering zelf stond de kracht van de lokale afdelingen centraal. We zijn ondertussen met maar liefst 106 lokale afdelingen. Hasselt werd opnieuw actief, Evergem kwam erbij en in verschillende regio’s werden afdelingen versterkt of hervormd.

Voorzitter Eva Van Hende vatte het mooi samen: “Blijf op dezelfde nagel kloppen tot hij erin zit.”

Die volharding typeert de werking van de Fietsersbond. Grote beleidsplannen zijn belangrijk, maar echte verandering ontstaat vaak stap voor stap. Door te blijven aandringen op veilige kruispunten, betere fietspaden en buurten waar kinderen zich zelfstandig kunnen verplaatsen.

De Fietsersbond staat tegelijk ook zelf voor uitdagingen. Met een compacter team en scherpere keuzes focussen we sterker op impact, ledenwerking en politieke slagkracht. De energie op deze Ledendag maakte vooral duidelijk dat het engagement groot blijft. Bij vrijwilligers, medewerkers én lokale afdelingen.

Of zoals het meermaals die dag klonk: alleen ga je sneller, samen kom je veel verder.