Eindelijk, misschien is dat wel de eerste reactie. Er heerst opluchting bij de Brusselaars, de vele werknemers in Brussel- en bij iedereen die een band heeft met onze hoofdstad. Eindelijk een regering, een samenwerking tussen 7 partijen die samen een meerderheid hebben. De nieuwe ministers, met Elke Van den Brandt opnieuw als minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, kunnen eindelijk beleid voeren, richting geven.
Na 613 dagen in lopende zaken kraakte het systeem in haar voegen, Brussel zat op haar tandvlees. De ploeg uit de vorige legislatuur had geen meerderheid in het parlement en kon geen nieuw beleid voeren, geen nieuwe investeringen uitvoeren of besparen.
Verschillende ministers wilden wel vooruit, net zoals de administraties en het middenveld trouwens, maar het bleef beperkt tot gemorrel in de marge, het passen op de winkel. Hierdoor was de pauzeknop ingeduwd voor het gewestelijk fietsbeleid. Tot nu… ? De Fietsersbond ziet alvast heel wat positieve aanknopingspunten in het akkoord.
Good Move – What’s in a name
Good Move, het regionaal mobiliteitsplan, was hét hete hangijzer. Verschillende partijen rond de onderhandelingstafel hadden in de verkiezingen campagne gevoerd tegen Good Move. Steevast ging de aandacht naar de circulatieplannen die in 2022 – 2023 erg controversieel waren.
Nochtans, circulatieplannen of zoals het officieel staat ‘A2 De wijken verkeersluw maken’, is slechts één van de 50 acties van het regionaal mobiliteitsplan. Andere acties zoals de veralgemening van de zone 30, het creëren van voetgangersboulevards of het verbeteren van de prestaties van het openbaar vervoer zijn breed gedragen. Ook voor fietsers staan er verschillende belangrijke punten in zoals het versterken van het fietsnetwerk en het investeren in fietsparkings.
De consensus luidt als volgt: We spreken niet langer over Good Move, en het huidig plan zal grondig geëvalueerd en bijgestuurd worden. De circulatieplannen worden niet afgeschaft maar de nieuw op te starten plannen zullen op een kleinere perimeter worden geïmplementeerd. Hierbij wordt in de tekst gehamerd op vlotte doorstroming op transitwegen en economische toegankelijkheid.
Wat die vlotte doorstroming en economische toegankelijkheid precies betekent, het antwoord daarop zal anders zijn bij Georges Louis-Bouchez dan bij Elke Van den Brandt. Voor de Fietsersbond is het duidelijk: we moeten meer rekening houden met de unieke noden van iedere wijk, maar ook al is de perimeter klein, de bredere impact van maatregelen moet steeds voldoende in kaart gebracht worden. Het kan niet de bedoeling zijn dat het autoverkeer zich naar een naburige straat verplaatst zonder dat mensen worden aangemoedigd om hun gewoonten te veranderen. Fietsers moeten veilig en comfortabel kunnen fietsen, straten zijn ook publieke ruimte die niet enkel voor gemotoriseerd vervoer (auto’s) voorbehouden zijn.
De essentie voor ons is dat het mobiliteitsplan niet sneuvelt op die ene actie. We staan ter beschikking om het plan mee te evalueren, wat we in 2024 ook reeds deden samen met de betrokken administratie. Bijsturen ja, de naam veranderen waarom niet, maar laten we vooral verder doen.
Middelen voor fietsinfrastructuur?
In ons memorandum was de vraag duidelijk: zet prioritair in op de realisatie van veilige en coherente fietsinfrastructuur. Build it and they will come. Al is de logica in Brussel misschien ondertussen omgekeerd, het aantal fietsers blijft jaarlijks gemiddeld met 10 % toenemen maar de fietsinfrastructuur is steeds meer ontoereikend.
Tijdens de vorige legislatuur werden heel wat belangrijke fietsinfrastructuurprojecten vergund: De Keizer Karellaan, een deel van de Ninoofse Steenweg, de heraanleg van het notoire zwarte punt Meiser, jawel,Place Misère. Wat nog ontbreekt: middelen toewijzen en beginnen bouwen.
Alleen… Die middelen in Brussel zijn beperkt. We stellen vast dat de enige concrete infrastructuurprojecten die in het akkoord staan, openbaar vervoerprojecten zijn. Tram 15 is een prima project met ook fietsinfrastructuur, maar waar is de rest? Dat is vandaag nog niet concreet.
Er wordt wel gesproken over 40 miljoen euro extra per jaar voor de herinrichting van gewestwegen en de openbare ruimte. Dat is niet niets. Het gaat dan over modal shift, verkeersveiligheid, vergroening maar eveneens dat het niet ten koste mag gaan van de economische aantrekkelijkheid van de regio. De tekst blaast warm en koud. Wij verkiezen alvast een positieve lezing van de passage en zullen er voor ijveren dat het beperkte geld dat voorhanden is, echt gaat naar de broodnodige fietsinfrastructuurprojecten.
We hebben in Brussel niet alleen nood aan fietspaden, maar ook aan beveiligde fietsparkings. Het ontbreken ervan zet een rem op fietsgebruik en het is essentieel in de strijd tegen fietsdiefstal. Jammer genoeg raakt de tekst niet veel verder dan ‘het parkeren voor actieve vervoerswijzen vergemakkelijken’ En ook hier is de vraag hoeveel middelen hier tegenover zullen staan.
Uitgangsprincipes om op te bouwen
De Fietsersbond is tevreden dat het STOP-principe wordt herbevestigd. Dit is niet enkel een noodzakelijk inrichtingsprincipe, het geeft eveneens een duidelijke richting aan het mobiliteitsbeleid.
In de laatste versie van het akkoord is een belangrijke passage bijgekomen, vrije vertaling uit het Frans: ‘De ontwikkeling van het fietsgebruik voor alle inwoners blijven stimuleren en de nodige hoogwaardige fietsinfrastructuur ontwikkelen.’ Van deze passage kan een fietser alleen maar blij worden, nu de concrete invulling nog.
Verder bevestigen de regeringspartijen de Vision 0, nul doden en zwaargewonden tegen 2030 op de gewestwegen. We hebben nog 4 jaar en de cijfers vorig jaar waren echt dramatisch. Er is dus werk aan de winkel. En als het van de Fietsersbond afhangt, te beginnen met de strijd tegen de dode hoek.
De nieuwe regering hecht eveneens veel belang aan schoolomgevingen. Verkeersveiligheid en de kindnorm zijn zo twee principes die nadrukkelijk op de voorgrond schuiven in de nieuwe legislatuur. Een verhaal waarin we alle Brusselaars mee kunnen krijgen. Thema’s waarop de Fietsersbond volop werkt.
Fietsplezier
Tot slot, een tweede autoloze zondag rond de datum van het Irisfeest, begin mei. Autoloze zondag is de hoogdag voor Brusselaars,twee keer per jaar graag. Het is het moment dat we samen verbeelden hoe die stad er zou uitzien als we straten en pleinen zouden hebben waar kinderen zorgeloos kunnen spelen, als we echt plek hadden om te fietsen …
Van één naar twee dagen is fijn, maar dat blijft natuurlijk symbolisch. De bedoeling is dat deze verbeelde stad steeds meer ook echt realiteit wordt. Heel wat organisaties, initiatieven en gemotiveerde Brusselaars staan klaar om bij te dragen. Daarom roept de Fietsersbond de nieuwe bestuursploeg op om te blijven investeren in het fiets ecosysteem. Doe aan sociale inclusie door mensen op te leiden in fietsmechaniek, maak mensen mobiel door hen te leren fietsen, fietseducatie als toeleiding naar een job. De fiets is voor veel uitdagingen een belangrijk deel van de oplossing.
De Fietsersbond reikt van haar kant alvast de hand. De tijd van surplacen is voorbij, en avant!


