
Fietszones en -straten
Als fietser ken je ze ongetwijfeld, de fietsstraat, of beter een fietszone. Fijn om als fietser prioriteit te krijgen, maar vaak ook erg vervelend als een auto ongeduldig (te) dicht achter je rijdt. Nog ergerlijker zijn de plekken waar de automobilisten de regels helemaal niet respecteren. Maar wat zijn die regels nu precies?
Steden pakken graag uit met de grootste fietszone van het land. Lange tijd lag deze in Mechelen. Sinds het najaar van 2025 claimt Brugge de titel. De fietszone beslaat er de ganse binnenstad, oftewel 390 straten. Wie doet beter? Maar vooral, is het in zo een stad nu veel aangenamer en veiliger fietsen?
Wat is een fietzone/fietsstraat?
De eerste fietsstraat van het land werd uitgetest in 2011 in de Visserij in Gent. Op 3 februari 2012 werd ze officieel opgenomen in de wegcode. Vanaf 2024 spreken onze verkeersregels niet langer van een fietsstraat maar een fietszone. Deze bestaat dan op haar beurt uit één of meerdere fietsstraten.De officiële definitie in diezelfde wegcode luidt als volgt: “Fietszone”: één of meer openbare wegen waar specifieke gedragsregels gelden voor wat betreft de fietsers.
Kan je nog volgen? Waar we vooral in geïnteresseerd zijn natuurlijk zijn de regels die gelden in zo een fietszone. We zetten ze even op een rij.
- Fietsers mogen over de hele breedte fietsen
- Snelheidslimiet is 30 km/u
- Inhalen: Motorvoertuigen mogen fietsers niet inhalen, fietsers, speedpedelecs en e-steps mogen elkaar wel inhalen
- Let wel! De voorrangsregels blijven van toepassing, denk maar aan voorrang verlenen aan voetgangers op het zebrapad, voorrang van rechts …
Standpunt van de Fietsersbond
De fietsstraat kan een belangrijk middel zijn om de veiligheid en het comfort van de fietsers te verhogen. De Fietsersbond merkt echter op dat het concept te pas en te onpas wordt toegepast. Een verkeersbord en klaar? Zeker niet altijd!
De Fietsersbond ziet de fietsstraat als een instrument in een breder mobiliteits- en fietsbeleid. Echter teveel wordt het een doel op zich, en niet langer een middel tot…
Een fietsstraat is makkelijk toepasbaar, maar zonder omkaderende maatregelen gaan wegbeheerders ook enkele belangrijke uitdagingen uit de weg: de ruimte wordt niet herverdeeld, er blijft plek voor auto’s en parkeermogelijkheid.
Wordt een fietsstraat incorrect toegepast, ontstaan er conflicten tussen fietsers en automobilisten, iets dat steevast vermeden moet worden. De Fietsersbond pleit ervoor dat de inrichting van een fietsstraat hand in hand gaat met andere mobiliteitsmaatregelen.
Uitgangspunten voor een kwalitatieve fietsstraat
Opdat een fietsstraat het nodige comfort en veiligheid aan fietsers biedt moet die aan volgende voorwaarden voldoen:
- In een fietsstraat zijn er veel fietsers. Hier zijn fietsers dominant en is het duidelijk dat het gemotoriseerd verkeer ondergeschikt is, motorvoertuigen hebben daadwerkelijk het gevoel te gast te zijn. Het is een meerwaarde als een fietsstraat of fietszone samenvalt met het fietsnetwerk, een vaste route die fietsers dagelijks gebruiken. Een fietsstraat ligt dus op een route voor of aan een belangrijke bestemming voor fietsverkeer.
- Het spreekt dan ook voor zich dat in een fietsstraat de intensiteit van het gemotoriseerd verkeer beperkt is, deze moet ondergeschikt zijn aan het aantal fietsers. Idealiter betreft het hier enkel lokaal bestemmingsverkeer. Druk bus- en vrachtverkeer hebben geen plaats in een fietsstraat.
- De lengte van een fietsstraat is beperkt. Niemand is gebaat bij een ellenlange fietsstraat waar een auto kilometers achter fietsers aanrijdt en beide weggebruikers zich hierbij ongemakkelijk voelen.
- Een fietsstraat is herkenbaar voor alle gebruikers. Zo is het voor iedereen duidelijk dat de regels van een fietsstraat van kracht zijn. De wegbeheerder moet daarom inzetten op duidelijke signalisatie. Enkel een bord volstaat vaak niet, ook een gekleurd wegdek en aangepaste inrichting zijn belangrijk om het juiste gedrag te bekomen.
Daarnaast
- Is het belangrijk dat iedere weggebruiker de regels kent en zich hoffelijk gedraagt. Heldere communicatie en sensibilisatie zijn belangrijke instrumenten.
- Handhaving blijft eveneens belangrijk. Op die manier wordt een duidelijk signaal gegeven, de regels dienen wel degelijk gevolgd te worden.