Onderstaande brief werd geschreven door de leden van het expertenpanel fiets. De brief werd verstuurd naar de minister van Mobiliteit en Openbare Werken en het coördinatieteam van Fietsberaad.

Terwijl beleidsmakers, experten, onderzoekers en belangenorganisaties dinsdag 6 oktober samenkwamen op de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid, 25 jaar na de eerste editie, kwam vanuit Vlaanderen opvallend ander nieuws: de Vlaamse regering zet vanaf 2027 de financiering van Fietsberaad Vlaanderen stop.

De verkeersveiligheidscijfers die op de Staten-Generaal werden besproken, blijven immers confronterend. In 2025 kwamen 464 mensen om het leven op de Belgische wegen en raakten 3.211 mensen zwaargewond. Onder de dodelijke slachtoffers waren 82 fietsers en 85 kinderen en jongeren. Ook de eerste cijfers voor 2026 zijn zorgwekkend. In de eerste helft van dit jaar steeg het aantal fietsdoden in België van 31 naar 44, waarvan 36 in Vlaanderen.

Verkeersslachtoffers lijken we nog te vaak te beschouwen als een haast onvermijdelijke keerzijde van onze mobiliteit. Dat zijn ze niet. Hoe we onze wegen inrichten, welke snelheden we toelaten, waar we in investeren en welke risico’s we wel of niet aanpakken: dat zijn keuzes. Verkeersveiligheid is daarom niet alleen een kwestie van individueel gedrag, maar ook van hoe we ons mobiliteitssysteem organiseren. 

Die systeemverantwoordelijkheid was ook dinsdag nadrukkelijk aanwezig. Tijdens de Staten-Generaal ging het over veilige infrastructuur, gedrag, onderzoek, samenwerking en kennisdeling. Niet toevallig: Vlaanderen (net als de andere gewesten in België) engageert zich om tegen 2050 naar 0 verkeersdoden te evolueren. Dat vereist niet alleen ambities, maar ook de institutionele capaciteit om risico’s te begrijpen, maatregelen te evalueren en kennis consequent naar beleid en praktijk te vertalen. 

Net daar wringt de beslissing over Fietsberaad Vlaanderen.

Fietsberaad werd in 2014 opgericht als kenniscentrum voor het fietsbeleid en ondersteunt sindsdien Vlaamse, provinciale en lokale overheden met onderzoek, expertise en praktijkgerichte kennis. Het brengt kennis samen over onder meer fietsinfrastructuur, fietsveiligheid, fietsparkeren, monitoring, gedrag en innovatie en vertaalt die naar concrete adviezen, instrumenten en goede praktijken voor wegbeheerders.

Die kennisfunctie staat bovendien niet los van de ambities van de Vlaamse regering zelf. In het Vlaamse regeerakkoord werd vastgelegd dat tegen 2040 minstens 30% van alle verplaatsingen met de fiets moet gebeuren. Het recent gelanceerde Masterplan Fiets bouwt daarop verder en verwijst zelf meermaals naar onderzoek en instrumenten van Fietsberaad. 

In juni herhaalde Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder die ambitie op Velo-city in Rimini nog met een knipoog naar Nederland: “We are coming to get you.” Maar wie Nederland wil bijbenen als fietsland, heeft niet alleen meer fietsers en meer fietsinfrastructuur nodig. Daarvoor is ook kennis nodig: om te weten welke maatregelen werken, voor wie ze werken, waar nieuwe risico’s ontstaan en hoe beleid kan worden bijgestuurd.

Dat maakt de besparing ook moeilijk los te zien van het bredere plaatje. Verkeersonveiligheid kost onze samenleving naar schatting bijna 11 miljard euro per jaar. Fietsberaad werkt efficiënt, met een klein team en een jaarlijkse subsidie van ongeveer een half miljoen euro. Die bedragen kunnen uiteraard niet rechtstreeks tegenover elkaar worden gezet. Maar ze plaatsen de besparing wel in perspectief. Preventie vraagt immers niet alleen investeringen in infrastructuur, maar ook in kennis: weten waar risico’s ontstaan, welke maatregelen werken, hoe effecten kunnen worden gemeten en hoe die kennis bij lokale en Vlaamse wegbeheerders terechtkomt.

Het stopzetten van de financiering van Fietsberaad roept daarom een aantal fundamentele vragen op.

Wie neemt vanaf 2027 de ondersteuning van het fietsbeleid op? Met welke mensen en middelen? Hoe worden lopende en geplande onderzoeken afgewerkt? Hoe blijven onderzoeksresultaten, adviezen, tools en data toegankelijk en ontsloten? Wie ondersteunt lokale besturen bij complexe vragen over fietsbeleid? En wie bewaakt de kennisuitwisseling tussen lokale, provinciale en Vlaamse overheden?

Wij zaten de voorbije jaren als experten mee aan tafel bij Fietsberaad, samen met vertegenwoordigers uit overheden, kennisinstellingen, middenveld en bedrijfsleven. We zagen van dichtbij hoe onderzoek werd vertaald naar concrete aanbevelingen, instrumenten en toepassingen in de praktijk. Die verbindende rol tussen onderzoek, beleid en uitvoering is moeilijk in cijfers te vatten, maar essentieel voor evidence-informed fietsbeleid. Dat maakt deze discussie uiteindelijk groter dan het voortbestaan van één organisatie. De fundamentele vraag is hoe Vlaanderen de kennisinfrastructuur organiseert die nodig is om zijn eigen doelstellingen rond fietsgebruik en fietsveiligheid waar te maken.

Een ambitie van 30% fietsverplaatsingen tegen 2040 vraagt meer dan een doelstelling. Ze vraagt veilige infrastructuur, monitoring, evaluatie, kennisopbouw en een structurele uitwisseling van expertise tussen bestuursniveaus. Als de organisatie die vandaag een belangrijk deel van die rol opneemt verdwijnt, moet duidelijk zijn wie die functies overneemt en hoe de continuïteit ervan wordt gegarandeerd.

We vragen de minister een helder antwoord op onze vragen. Als deze beslissing niet terug gedraaid wordt, wie neemt dan de taken van Fietsberaad op?
Wie vooruit wil als fietsregio, kan het zich niet veroorloven om kennis af te bouwen. Niet alleen om meer mensen op de fiets te krijgen, maar ook om ervoor te zorgen dat ze veilig weer thuiskomen.

De leden van het Expertenpanel Fietsberaad Vlaanderen