Resultaten proefproject meetfietsen: Comfort verhogen door oneffenheden aan te pakken

Het comfort en de kwaliteit van ongeveer 1.300 kmfietspaden in 16 gemeenten werd recent met een speciale meetfiets opgemetendoor de Fietsersbond. Deze opmeting gebeurde in opdracht van Vlaams ministervan Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits. Een objectieve meting van hetcomfort en de kwaliteit van de fietspaden is onontbeerlijk om goede keuzes temaken voor de investeringprogramma's. 

Om een gericht investeringsprogramma te kunnen opstellen werd binnen dit proefproject aan 16 gemeenten de kans gegeven om via de meetfiets de staat van de fietspaden op hun grondgebied in kaart te brengen. De hoogtechnologische meetapparatuur op de meetfiets is tot stand gekomen uit een samenwerking van de Fietsersbond met de KU Leuven en de informatica opleiding van de Hogeschool Universiteit Brussel.

 

De Fietsersbond heeft met vijf meetfietsen het comfort en de kwaliteit van alle fietspaden gemeten in 15 gemeenten. De geselecteerde gemeenten per provincie zijn:

  • provincie Limburg: Sint-Truiden
  • provincie Oost-Vlaanderen: Beveren-Waas, Eeklo en Sint-Niklaas
  • provincie Vlaams-Brabant: Leuven, Lubbeek en Zemst
  • provincie West-Vlaanderen: Knokke-Heist, Roeselare, Torhout en Zedelgem
  • provincie Antwerpen: Brasschaat, Heist-op-den-Berg, Rumst en Wijnegem

 

Naast deze gemeenten, waar alle fietspaden integraal werden afgefietst, werd 50 km fietspad in Antwerpen afgefietst. Dit past in een Europees project dat mee gefinancierd wordt vanuit het Vlaamse Fietsteam.

 

Van de 1.300 kilometer opgemeten fietspaden zijn 63% fietspaden langs gemeentewegen en 36% langs gewestwegen. In bijlage 3 zijn een aantal algemene cijfers over de opmetingen verzameld.


 

Vaststellingen van de meetactie

1.    Trillingscomfort scoort laag.

Hoe minder oneffenheden, hoe aangenamer fietsen. Het trillingscomfort wordt bepaald door:

  • het type materiaal waarin het fietspad is aangelegd;
  • de manier van aanleggen;
  • de overgangen aan onder meer kruispunten en inritten.

De gemiddelde score voor alle gemeenten samen is 4.5/10.

 

  1. Algemene analyse van de resultaten

Uit de meetresultaten blijkt dat het trillingscomfort een probleem is. Het gebruikte materiaal is bepalend voor het comfort van de fietspaden. Van de monolithische materialen wordt cementbeton het meest gebruikt, met name op 36,2% van de fietspaden. 21% van de fietspaden zijn aangelegd in asfalt. Niet-monolithisch materiaal wordt in 40% van de gevallen gebruikt waarvan meer dan 30% in betonklinkers.

 

Tabel: Verhouding gebruikte materiaalsoorten

Type materiaal

Percentage

Cementbeton

36,2%

Asfalt

21,0%

Betonklinkers 11/22

15,4%

Betonklinkers 22/22

12,7%

Tegels 30/30

6,4%

Asfalt met slemlaag

2,3%

Betonklinkers (niet gespecifieerd) of andere

2,0%

Asfalt op cementbeton

1,8%

Andere verharde materialen

1,2%

Halfverhard materiaal (waterdoorlatende voorzieningen)

0,9%

 

Nieuw aangelegde fietspaden scoren inzake trillingscomfort beter. Asfalt scoort het best.

 

Tabel: Gemiddelde trillingsscore per materiaalsoort op basis van de leeftijd

Type materiaal 

Score ongeacht de leeftijd 

Score nieuw aangelegde fietspaden

(0 tot 6 jaar oud)

Asfalt

6.2/10

7.9/10

Asfalt met slemlaag

5.7/10

6.5/10

Cementbeton

4.0/10

6.2/10

Betonklinkers 11/22

3.7/10

5.4/10

Betonklinkers 22/22

4.9/10

5.2/10

Betonklinkers

(niet gespecifieerd)

3.9/10

3.8/10

Tegels 30/30

3.4/10

4.3/10

 


 

  1. Acties
  • Aanbeveling: gebruik monolithisch materiaal

De materiaalkeuze blijft belangrijk om een goede score te behalen. Ca. 60% van het gebruikte materiaal is monolithisch. Omwille van het comfort worden monolithisch materialen aanbevolen in het Vademecum Fietsvoorzieningen. Indien toch niet-monolithische materialen worden gebruikt, dan kan een zorgvuldigere plaatsing ook tot een goed resultaat leiden.

 

  • Vlakheidsnorm opgenomen in standaardbestek sinds april 2011

Om het trillingscomfort te verhogen en de vlakheid van nieuwe fietspaden te garanderen werd in april 2011 voor de aanleg van fietspaden in het standaardbestek voor het eerst een vlakheidsnorm voor fietspaden opgenomen. De norm bepaalt dat de maximale oneffenheden over een lengte van 3 meter maximum 5 mm mogen bedragen voor fietspaden. Hierdoor zouden nieuwe fietspaden in de toekomst beter moeten scoren.

 

  • Aanpak voor meer comfortabele aansluitingen aan kruispunten

De metingen tonen ook duidelijk aan dat de aansluitingen van de fietspaden ter hoogte van kruispunten de zwakste schakels vormen, doordat fietsers dikwijls een niveauverschil moeten overbruggen. Dit kan bijvoorbeeld een regengoot dwars over het fietspad of een boordsteen dwars over het fietspad zijn.

 

In overeenstemming met de overheid zal het Vademecum Fietsvoorzieningen worden aangevuld met richtlijnen om bij de aanleg van nieuwe fietspaden de aansluitingen ter hoogte van kruispunten te verbeteren. Dit kan ondermeer door het doortrekken van fietspaden over de zijstraat heen, zonder regengoten of boordstenen.

 

2.    Breedte van de fietspaden scoort goed.

De vereiste breedte van fietspaden werd duidelijk omschreven in het Vademecum Fietsvoorzieningen. De aanbevolen breedte van een eenrichtingsfietspad bedraagt 1,75 meter met een minimale breedte van 1,50 meter. Een totaalresultaat van 6,7/10 werd gehaald voor alle gemeten fietspaden samen. Deze score is het resultaat van het steeds meer opvolgen van de bestaande richtlijn uit het Vademecum Fietsvoorzieningen.

3.    Veilige tussenruimte tussen fietspaden en rijweg scoort redelijk.

Afhankelijk van de snelheid van het gemotoriseerde verkeer wordt in het Vademecum de keuze gemaakt tussen aanliggende of vrijliggende fietspaden (verhoogd aanliggend in zone 50 – van de rijbaan gescheiden buiten zone 50). Een totaalresultaat van 6/10 werd gehaald voor alle gemeten fietspaden samen. Ook dit resultaat toont het nut van duidelijke aanbevelingen aan.

 

Scores per gemeente (totaal van gemeente- én gewestwegen)

De fietspaden werden gescreend op trillingscomfort, breedte van het fietspad en veiligheid (tussenruimte tussen het fietspad en de rijweg). In bijlage 1 staat een overzicht van de scores per gemeente op basis van deze drie parameters.

 

De scores van de fietspaden op gemeentewegen en gewestwegen zijn heel divers. In de ene gemeente scoren de fietspaden langs gemeentewegen beter dan langs de gewestwegen, in de andere gemeente net andersom. Bijvoorbeeld in Roeselare wordt de gemiddelde trillingsscore van 4,3 op 10 gehaald door een slechte score op de fietspaden langs gewestwegen. Langs gemeentewegen is de score 6,3 op 10 en langs gewestwegen is dat 2,2 op 10. De aanpak is derhalve een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten. In bijlage twee wordt een overzicht gegeven van de drie parameters volgens de categorie: gemeenteweg of gewestweg.

 

Uit de cijfers blijkt dat de richtlijnen uit het vademecum de laatste jaren redelijk goed worden opgevolgd. Maar toch tonen de metingen ook aan dat de verharding van fietspaden volgens de wensen en verwachtingen van de gebruikers kàn aangelegd worden met meer comfort. De praktijk laat echter dikwijls te wensen over. De nieuwe richtlijnen moeten daarom uitgebreid gecommuniceerd worden naar studiebureau’s en aannemers zodat ze met meer zorg de verharding aanbrengen.

 

Toekomst

Instrument voor de gemeten gemeenten

Het recente Verplaatsingsonderzoek (OVG 4.2) toont aan dat er een enorm potentieel is voor de fiets om te gaan werken, winkelen of naar school te gaan. Ongeveer 40% van onze verplaatsingen blijft binnen 3 km, bijna 52,5% van onze verplaatsingen is korter dan 5 km en bijna 71% is korter dan 10 km. Enkel veilige infrastructuur op het terrein zal mensen op de fiets zetten.

 

Vlaanderen heeft een netwerk van bovenlokale fietsverbindingen (BFF) van circa 12.000 km. Sommige fietspaden zijn nieuw, andere dateren van 20 tot 40 jaar geleden. 60 procent van de verbindingen ligt op gemeentewegen. Veel gemeenten hebben op dit moment geen goed zicht op de staat van hun fietsinfrastructuur. Zeker voor die korte afstanden dicht bij de woonplaats ligt er een uitdaging voor de gemeenten om te investeren in veilige en comfortabele fietspaden langs gemeentewegen. Op basis van deze metingen kunnen ze dan gericht een investeringsprogramma opmaken. De Fietsersbond zal individueel met elke gemeente hun rapport doornemen en aanbevelingen doen.

 

Instrument voor andere gemeenten

Hoe meer steden en gemeenten de meetfiets gaan gebruiken, hoe groter het inzicht in de kwaliteit en veiligheid van de fietspaden en hoe gerichter en effectiever gemeenten hun fietspadeninfrastructuur kunnen beheren. De vraag is daarom gesteld vanuit de overheid aan het VVSG (Vereniging Steden en gemeenten) om na te gaan of er bij de gemeenten interesse is om een globale nulmeting op te maken van alle bestaande fietspaden.


 

BIJLAGE 1: scores per gemeente (gemeentewegen + gewestwegen)

 

gemeente

trilling

breedte fietspad

tussenruimte tussen fietspad en rijweg

GEWOGEN

TOTAAL

Zemst

5/10

(min.0,0 - max.9.4)

7.4/10

6.5/10

5.9/10

Antwerpen (50 km)

4.5/10

(min. 0,0 - max.9.6)

8.2/10

8/10

6.3/10

Heist-op-den-Berg

3.9/10

(min. 0,0 - max.9.3)

5.8/10

4.3/10

4.5/10

Rumst

4.6/10

(min. 1,0 - max.8.5)

7.6/10

6.6/10

5.8/10

Brasschaat

4/10

(min. 0,0 - max.8.3)

6.9/10

8.7/10

5.9/10

Leuven

4.5/10

(min. 0,0 - max.10)

7.1/10

7.1/10

5.8/10

Lubbeek

2.2/10

(min. 0,0 - max.7.8)

4.1/10

3.7/10

3.1/10

Sint-Truiden

5/10

(min. 0,0 - max.8.8)

6.3/10

5/10

5.3/10

Zedelgem

4.2/10

(min. 0,0 - max.8.4)

6.6/10

6.2/10

5.3/10

Knokke-Heist

5.1/10

(min. 0,0 - max.9.2)

8.0/10

7.3/10

6.3/10

Roeselare

4.3/10

(min. 0,0 - max.9.4)

6.1/10

4.5/10

4.8/10

Torhout

5/10

(min. 0,1 - max.9.2)

7/10

6.1/10

5.8/10

Sint-Niklaas

4.7/10

(min. 0,0 - max.9.5)

6.2/10

5/10

5.2/10

Beveren-Waas

5/10

(min. 0,0 - max.10)

7.3/10

7/10

6.1/10

Eeklo

4.6/10

(min. 0,0 - max.8.9)

6.9/10

5.4/10

5.4/10

Wijnegem

4.4/10

(min. 0,0 - max.8.0)

7.3/10

8.2/10

6.1/10

 

 

 


BIJLAGE 2: scores gemeentewegen en gewestwegen afzonderlijk (per gemeente)

 

gemeente

trilling fietspaden gemeentewegen

trilling fietspaden gewestwegen

breedte fietspaden gemeentewegen

breedte fietspaden gewestwegen

tussenbreedte gemeentewegen

tussenbreedte gewestwegen

Zemst

4.7/10

5.3/10

6.4/10

8.8/10

5.5/10

7.9/10

Antwerpen (50km)

4.4/10

4.6/10

8.1/10

8.5/10

8.8/10

6.5/10

Heist-op-den-Berg

3.4/10

5.5/10

6.1/10

4.9/10

4.3/10

4.0/10

Rumst

4.3/10

5.4/10

7.1/10

8.8/10

7.0/10

5.4/10

Brasschaat

4.1/10

3.8/10

6.7/10

7.1/10

9.3/10

7.7/10

Leuven

4.6/10

4.4/10

7.0/10

7.4/10

6.9/10

7.5/10

Lubbeek

2.1/10

2.5/10

4.5/10

3.3/10

3.9/10

3.2/10

Sint-Truiden

5.2/10

4.7/10

5.8/10

6.9/10

5.3/10

4.6/10

Zedelgem

6.1/10

3.2/10

5.4/10

7.4/10

3.4/10

8.2/10

Knokke-Heist

6.2/10

3.0/10

8.2/10

7.6/10

6.9/10

7.5/10

Roeselare

6.3/10

2.2/10

5.0/10

7.3/10

3.0/10

6.0/10

Torhout

4.9/10

5.1/10

6.1/10

7.8/10

5.6/10

6.6/10

Sint-Niklaas

4.6/10

5.1/10

6.1/10

6.4/10

4.9/10

5.2/10

Beveren-Waas

5.1/10

4.3/10

7.3/10

6.9/10

7.3/10

5.9/10

Eeklo

4.4/10

4.8/10

5.4/10

8.6/10

3.8/10

7.3/10

Wijnegem

4.3/10

4.1/10

6.5/10

7.9/10

8.9/10

7.5/10

TOTAAL

4.6/10

4.1/10

6.4/10

7.3/10

5.8/10

6.4/10


BIJLAGE 3: cijfers over de opmetingen

 

Tabel1: Fietspaden volgens wegbeheerder

Wegbeheerder

Percentage

Gemeente

63,45%

AWV

36,05%

Provincie

0,22%

De Scheepvaart

0,18%

Waterwegen en Zeekanaal

0,10%

 

De meerderheid van de gemeten fietspaden zijn gemeentelijk.

 

Tabel 2: Fietspaden volgens de snelheidszones

Snelheidszone

Percentage

30 km/h

2,30%

50 km/h

45,31%

70 km/u

42,53%

90 km/u

6,66%

 

87% van de fietspaden ligt in 50-70 km/u zones met een iets groter aandeel bij 50 km/u. 6,6 % ligt in 90 km/u snelheidszone. 3,2% van de gemeten fietspaden zijn losliggende fietspaden; daarop is geen snelheidszone van toepassing.

 

Tabel 3: Verhouding BFF/niet-BFF

BFF/Niet-BFF

Percentage

BFF

71,57%

Niet-BFF

28,43%

 

71,57% van de fietspaden horen in deze gemeenten tot het bovenfunctionele fietspadennetwerk (BBF).

 

Tabel 4: Type fietspaden

Type fietspad

Percentage

Aanliggend

55,30%

Vrijliggend

40,36%

Losliggend (fietsweg)

3,93%

Aanliggend bij kruispunt

0,42%

 

De fietspaden zijn overwegend aanliggend.

 


 

Tabel 5: Verhouding verhoogd versus niet-verhoogd

Verhoogd of niet verhoogd

Percentage

Niet-verhoogd

45,34%

Gemiddeld verhoogd (6,5 tot 7,5 cm)

42,94%

Licht verhoogd (2 tot 6 cm)

6,52%

Verhoogd – niet-gespecifieerd

1,13%

Zwaar verhoogd (meer dan 8 cm)

0,86%

 

 

Tabel 6: Verhouding één- versus tweerichtingsfietspaden

Richting

Percentage

Eénrichting

73%

Tweerichting

27%

 

Bijna ¾ van de fietspaden zijn in één richting zoals voorgeschreven door het Vademecum Fietsvoorzieningen.

 

Tabel 7: Type buffer tussen rijweg en fietspad

Type buffer

Type inrichting

Percentage

buffer zonder verticale scheiding

Enkel verharding in stenen

51,3%

buffer zonder verticale scheiding

Parkeerstrook

13,0%

buffer met verticale scheiding

Bomen

9,3%

buffer zonder verticale scheiding

Geen buffer

7,0%

buffer zonder verticale scheiding

Horizontale groenstrook, (evtl onderbroken)

6,4%

buffer met verticale scheiding

Haag (evtl onderbroken)

4,5%

buffer met verticale scheiding

Andere

2,3%

buffer met verticale scheiding

Haag en bomen

2,2%

buffer met verticale scheiding

Vaste veiligheidsconstructie (staal, beton,...)

1,9%

buffer met verticale scheiding

Paaltjes (volle - niet flexibel)

0,9%

buffer zonder verticale scheiding

Gracht

0,6%

buffer met verticale scheiding

Paaltjes (holle - flexibel)

0,3%

buffer met verticale scheiding

Periodieke haagblokken

0,2%

buffer met verticale scheiding

Losse betonblokken (minimale hoogte)

0,1%

 

Verharding in stenen is de meest voorkomende buffer. Dit komt voor bij ongeveer de helft van alle fietspaden. Iets meer dan ¼ van alle fietspaden hebben een verticale scheiding. Slechts in 7% is er totaal geen buffer. Dit zijn fietspaden, die bestaan uit een gemarkeerde zone getekend op de rijweg zonder witte afscheidingslijn.


Fietsersbond op Twitter