Laat je zien op de fiets!

Herfst en winter staan in België gelijk aan donkere dagen, met vaak grillig regenachtig weer. Fietsers moeten beseffen dat een degelijke fietsverlichting dan absoluut geen overbodige luxe is. En toch vertrekken veel fietsers zonder of met een slecht werkende verlichting op weg. Fietsers die zich niet tonen in het verkeer brengen niet alleen zichzelf in gevaar. Veel automobilisten ergeren zich eraan en schrikken vaak als er plotseling een onverlichte fietser opduikt. Levensgevaarlijk dus!

 

 

Licht? Logisch toch!

Een goede fietsverlichting en verkeersveiligheid gaan hand in hand. Cijfers over het aantal ongevallen als gevolg van slecht werkende fietsverlichting bestaan er niet. Steekproeven van de Fietsersbond tijdens de campagne van vorig jaar brachten wel aan het licht dat nog behoorlijk wat fietsers zonder verlichting rondrijden op momenten en op plaatsen waar dat echt wel aangewezen is. Elke fietser met gezond verstand weet hoe belangrijk zichtbaarheid in het verkeer is.

 

Verlicht op weg

 

 

 

 

 

Waarom fietsverlichting?
Tijdens de donkere herfst- en wintermaanden is een degelijke fietsverlichting van levensbelang. Wie rondrijdt zonder of met slecht werkende verlichting, wordt niet gezien en brengt zichzelf in gevaar.

Bekijk deze foto eens: hoeveel fietsers zie je?


Er is inderdaad maar één fietser goed zichtbaar, hoewel er toch twee fietsers op de foto staan.
Het verschil is duidelijk. De ene fietser is goed zichtbaar omwille van de verlichting op de fiets en de extra reflectie. De andere fietser is bijna onzichtbaar!
Zeker voor automobilisten zijn slecht verlichte fietsers amper te zien. Onverlichte fietsers zijn dan ook een grote ergernis van veel automobilisten. Die schrikken wanneer er plots een onverlichte fietser opduikt. Laat je dus zien op de fiets!

Wat zegt de wet?

Verlichting
Elke fietser moet een wit of geel li
cht vooraan, en een rood licht achteraan hebben, tijdens het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en overdag als de zichtbaarheid minder dan 200 meter is. Je mag je lichten op de fiets of op je kledij of rugzak bevestigen. In België zijn knipperende lichten toegestaan. Het rode achterlicht moet 's nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 meter minimum. 

Reflectoren
Tijdens de nacht of bij een zichtbaarheid minder dan 200 meter moeten alle fietsen (ook mountainbikes, racefietsen, kinderfietsen, ligfietsen en vouwfietsen) uitgerust zijn met:
- een witte reflector vooraan,
- een rode reflector achteraan,
- oranje pedaalreflectoren,
- twee oranje reflectoren tussen de spaken van elk wiel, of een witte reflecterende strook op de banden

Opgelet: gewone fietsen moeten ook overdag voorzien zijn van al deze reflectoren.
De lichten en reflectoren moeten altijd duidelijk zichtbaar zijn en goed uitkomen, goed onderhouden zijn en goed werken.

Tips voor aankoop
Wie een auto koopt, doet dat liefst in een degelijke garage, gaat minstens één keer per jaar langs voor onderhoud en rijdt jaarlijks (verplicht) langs de technische controle.

Waar dit voor de aankoop en het onderhoud van auto's algemeen aanvaard wordt, blijkt dit voor de aankoop en het onderhoud van fietsen niet het geval te zijn. En toch is het van levensbelang: verkeersveiligheid begint bij degelijke fietsen in de winkel, goed advies van de verkoper en efficiënt onderhoud van het materiaal.
De verlichting is veruit het meest kwetsbare en zwakke punt van een fiets. Fietsen die niet in een vakhandel gekocht worden, kampen vaker met defecten aan de fietsverlichting. Een fiets kan voorzien zijn van een verlichting en dus 'conform de productnormen'. Maar die verlichting kan zo zwak zijn dat ze de fietser niet voldoende zichtbaar maakt, waardoor die fietser een potentieel gevaar is op de weg.

Verschillende soorten fietsverlichting

Fiets je veel langs donkere jaagpaden of op wegen zonder veel straatverlichting, dan kies je best voor een zeer krachtig voorlicht, met een grote lichtbundel, zodat ook de weg zelf wordt verlicht. Fiets je enkel in de stad, dan hoef je de weg niet te verlichten, maar is het vooral belangrijk om zelf goed gezien te worden.

  • Klassieke dynamo

Een klassieke banddynamo heeft duidelijke nadelen: de draden zijn kwetsbaar, het wieltje slipt snel, je moet zelf de energie leveren voor het licht (inclusief een groot deel nutteloze warmte), de dynamo levert geen stroom bij stilstand en een dynamo maakt een pak lawaai.

  • Naafdynamo

Een naafdynamo is een dynamo die in de as van het voorwiel is geplaatst. Een dynamo heeft een of meerdere magneten en een spoel van koperdraad. Door het draaien van de magneten wordt stroom opgewekt in de spoel. Bij een naafdynamo zijn de magneten in de binnenkant van de naafhuls bevestigd en is de spoel gewikkeld om de as. De naaf zelf wordt dus gebruikt als huis voor de dynamo. Hierdoor heb je geen extra onderdelen nodig en is de spoel goed afgeschermd tegen vocht, met een weliswaar permanente maar minimale weerstand. Een naafdynamo slipt nooit, draait stil en heeft een hoger rendement.
Wil je een naafdynamo op je huidige fiets monteren, hou er dan rekening mee dat het volledige voorwiel nieuwe spaken zal moeten krijgen. En daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan.
Bij de aankoop van een nieuwe fiets opteer je wel best voor een naafdynamo!

  • Losse batterijverlichting

Ook al is losse fietsverlichting toegelaten en hoeft er dus op de fiets geen vast licht meer te zijn, toch blijft het aan te raden ook goede vaste fietsverlichting te hebben op je fiets. De reden is eenvoudig: deze fietsverlichting heb je immers altijd bij. Losse batterijverlichting is ideaal als bijkomende verlichting of als reservelicht mocht je vaste fietsverlichting het onverwacht laten afweten. Wie reservelampjes op zak heeft, komt altijd verlicht op zijn/haar bestemming!
Batterijlichtjes geven vaak minder licht dan vaste fietsverlichtig, en zorgt er dus in de eerste plaats voor dat je gezien wordt. De lichtjes zijn niet sterk genoeg om ook de weg zelf te verlichten. Op het platteland, of op slecht verlichte wegen, zal je met deze lichtjes geen putten, plassen of onverwachte hindernissen kunnen onderscheiden.
 

  • Inductieverlichting

Deze fietsverlichting is gebaseerd op het elektromagnetische inductieprincipe. Dat wil zeggen dat het fietslicht zijn eigen energiebron heeft. Met inductie is er geen weerstand merkbaar en de fietser merkt niet dat het fietslicht aan is. Als je fietst genereert het fietslicht zijn eigen inductiestroom, die de lichtdiodes in het fietslicht voedt. De diodes knipperen op de maat van de rotatie van de fietswielen. Batterijen zijn niet nodig. Je vergeet nooit om je fietslichten mee te nemen en stelen is heel moeilijk, want de lichten zitten vast gemonteerd op je fiets.
Inductieverlichting heeft dus heel wat voordelen. Belangrijk nadeel is wel dat, net als bij batterijverlichting, de lichten van inductieverlichting niet sterk genoeg zijn om ook de weg zelf te verlichten, en dat is op donkere wegen toch wel noodzakelijk.

 

 


 

 

 

Onderhoud van je fietsverlichting

Om problemen met je fiets en in het bijzonder met jouw fietsverlichting te voorkomen, moet je fiets regelmatig onderhouden worden. Een controle voor de winterperiode, als het sneller donker wordt, is zeker aan te raden. Doe je dit zelf of laat je dat doen? Dat hangt uiteraard af van eigen doe-het-zelf-capaciteiten.  
De controle van je fietsverlichting is in ieder geval zeer eenvoudig: brandt je licht nog voldoende sterk, of brandt het niet?
Let bij controle vooral op de dynamo; die kan bij regenweer en ochtendnevel wel eens doorslippen. Laat de dynamo indien nodig vervangen.

Fietsverlichting herstellen is behoorlijk complex. Bovendien evolueren fietsmodellen en fietsaccessoires snel, waardoor zelfs ervaren fietsenmakers zich regelmatig moeten bijscholen. 

 

 

 

 


Verlichte ideeën voor elke fietser

  • Fietsverlichting is kwetsbaar. Wanneer je reservelichtjes op zak hebt, dan ben je zeker dat je altijd verlicht op je bestemming geraakt.
  • Vuile reflectoren hebben geen enkele zin. Maak daarom regelmatig de lichten en reflectoren schoon. Doe dat eerst met een natte doek, en daarna met een droge. Zorg ervoor dat de reflectoren goed rechtop staan. Zo verkrijg je een optimale weerkaatsing.
  • Bij schemering zien automobilisten veel beter lichte kledij dan zwarte of donkere kledij. Zorg in het donker daarom voor voldoende reflectie: een regenjas met reflecterende strips, een reflecterend hesje of reflecterende accessoires aan armen of benen. Ook fietstassen zijn soms voorzien van reflecterende strips.

    Op onderstaande tekening kan je zien op welke afstand je te zien bent in donkere, heldere en reflecterende kledij en hoe groot de remafstand is van auto's bij een snelheid van 50, 90 en 120 km/u.
  • Let er bij de aankoop van een fluohesje op dat er op het label CE staat, of de codes  EN 1150, EN 13356 of EN 471 vermeld worden. Dit zijn Europese normen voor reflecterend materiaal. Er is immers veel rommel op de markt. Staan deze codes vermeld, dan mag je ervan uitgaan dat het kwaliteitsvol materiaal is.
     
  • Let extra op bij regenweer of wisselende temperaturen: automobilisten zien je minder goed door aangeslagen ruiten of regendruppels op de zijruiten. Fiets preventief: hou je aan de verkeersregels en sta indien nodig je voorrang af!
  • Sta eens stil bij je fietsroute: de kortste weg is niet altijd de meest veilige weg. Kies, indien mogelijk, zoveel mogelijk voor autoluwe of autovrije wegen.

 

De Fietsersbond werkt met steun van de Nationale Loterij aan veilige en duurzame mobiliteit.


Fietsersbond op Twitter